Jano van Gool

In de Pers

Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer
Prettig verzinken in de herinneringen van Thomas Verbogt - Je zou bijna elk boek van Thomas Verbogt (1952) kunnen o... - Bo van Houwelingen in: De Volkskrant lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Banketbakker

Vandaag is mijn moeder jarig. Twee jaar geleden overleed ze, maar toch blijft ze op 2 oktober jarig. Waarschijnlijk een van de eerste data die ik onthield. Na mijn eigen verjaardag natuurlijk. De meeste vaders en moeders blijven altijd jarig.
Met die van mijn moeder begon er een reeks verjaardagen, mijn vader in november, ik in december, mijn oudste zusje in januari, mijn jongste in februari. Dan ook nog Sinterklaas, Kerstmis en oud & nieuw. 2 oktober was het begin van de hartelijkste tijd van het jaar.
Voor mijn moeder hoefde haar verjaardag niet per se gevierd te worden, maar tegen die instelling verzetten we ons, mijn zusjes en ik. Mijn vader omhelsde iedere aanleiding wat te vieren, maar uit solidariteit met mijn moeder mompelde hij iets relativerends over verjaardagen, maar dat konden we niet verstaan.
Hoe oud was ik toen ik haar verjaardag voor het eerst bewust (dat is het woord) meemaakte? Waarschijnlijk bijna vijf. We liepen naar de banketbakker, mijn moeder en ik. Een zonnige vroege herfstdag. In Nijmegen werd de kermis opgebouwd. Bij de banketbakker mocht ik de taart uitkiezen. Mijn moeder zei: “Als ik feest heb, heb jij toch ook feest.” Vond ik een fijne opmerking. 
“Mijn moeder is jarig,” zei ik tegen de vrouw achter de toonbank. Ze leek op Juffrouw Schaap uit de avonturen van Tielse Flipje, een leidinggevend personage dat slecht met hilariteit kon omgaan.
“Ja, we worden allemaal een dagje ouder,” zei de vrouw hard, met snerpende stem.
“Mijn moeder niet,” zei ik, ook zo hard mogelijk.
“Zal wel,” knalde de vrouw terug. Op dat moment kreeg ik een hekel aan mensen die vol tegengas zitten.
Mijn moeder lachte alles weg.
Dadelijk lopen we weer in de zon, zij en ik.