Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Bekertje

Een van de wegen die naar het station in mijn woonplaats voeren, gaat onder een kleine tunnel door, geen voorbeeld van stralende architectuur. Een kant grenst aan het water en voor het hek daar staan fietsrekken en maken daklozen iedere avond slaapplaatsen, altijd wel een stuk of vijf. Wanneer ik ‘s avonds naar huis loop, zie ik ze in de weer met gehavende matrassen, bij het vuil gevonden dekens of lappen die als dekens kunnen dienen. Af en toe nemen ze er een fors slokje bij. Altijd mannen. Er zijn ook dakloze vrouwen natuurlijk, maar die treffen andere maatregelen.
In de vroege ochtend loop ik soms door de tunnel. Gisteren zag ik boven een van de dekens een hoofd dat ik kende. Nou ja kennen, een hoofd dat ik me herinnerde. 
Was vorig jaar, nog voor de coronatijd. Hij stond voor de supermarkt met een leeg koffiebekertje en vroeg een muntje voor de nacht. Veertig, schatte ik. Hij kneep nerveus in dat bekertje. Was aan hem te zien dat hij pas in dit ontheemde leven verzeild was geraakt. Zijn pak had nog niet zo lang geleden in een kast gehangen tussen andere pakken. Als iemand geld in het bekertje liet vallen, keek hij verontschuldigend, alsof hij zo wilde zeggen dat het maar voor even was, dat er vast betere tijden kwamen, dat er wonden waren die eerst moesten helen, dat alles gewoon op orde moest komen. Tegelijkertijd was ook te zien dat die orde al te ver weg was. Hoe je dat ziet, weet ik ook niet, maar je ziet het.
Het slapende hoofd boven de tekens zag er nu verschraald en grauw uit, maar wel met een grote glimlach. Ik bleef een moment staan, zag hoe een droom hem veel moois beloofde. Of hem alleen maar amuseerde. Dromen stijgen boven alles uit. Troostrijk is dat.