Jano van Gool

In de Pers

Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer
Prettig verzinken in de herinneringen van Thomas Verbogt - Je zou bijna elk boek van Thomas Verbogt (1952) kunnen o... - Bo van Houwelingen in: De Volkskrant lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Benen

Zeker vijftig jaar geleden dat ik me met een legpuzzel heb beziggehouden. Heb er wel een staan, 1000 stukjes, voorstellende de raket in aanbouw uit het avontuur van Kuifje `Raket naar de maan’. Had het vooral als verzamelobject gekocht, mooie doos, maar nu is het: “Die leggen we dus op tafel.” Met als toevoeging dat het rustgevend is. Heb is rust nodig? Ik weet het niet. Het komt allemaal steeds dichterbij, in mijn kleine kring zijn twee intimi besmet. Dat moest natuurlijk gebeuren, maar ik had er niet op gerekend, vooral omdat ik me ertegen verzet. 
Het gewone leven lijkt steeds verder weg. Ik vind het leven nooit gewoon, maar noem het nu maar even zo. Soms is het net of het ongewone leven al lang aan de gang is. Komt natuurlijk door de intensiteit. Die is er in het gewone leven ook altijd, maar het is nu een andere intensiteit.
Op de brug hier schuin tegenover hield gisteren de buurvrouw van om de hoek me staande. Ze was in gezelschap van haar twee dochters die net voorbij het kookpunt van hun puberteit zijn. De buurvrouw vroeg me haar te melden als ik boodschappen nodig had. Ze wees naar haar dochters: “Zij hebben jonge benen. Je moet het echt zeggen.” Ik beloofde het echt te zeggen. 
Mijn bewustzijn tot een risicoroep te behoren werd sterker. Ook moest ik denken aan de eerste keer dat er iemand voor me opstond in de bus: “U mag hier zitten, hoor.” Een zacht moment met een donkere glans van melancholie. Je hoort vaak dat het belangrijk is gezien te worden, maar het hoeft niet altijd per se.
De dochters van de buurvrouw keken me welwillend aan. “Ik kan het nog heel goed zelf,” wilde ik zeggen, maar ik zei het niet. Ik knikte blij en onbestemd. En maar een beetje oud.