Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Bespreekbaar

Dan loop ik dus met de buurman door de buurt, zomaar, om er even uit te zijn. Natuurlijk houden we de anderhalve meter afstand sterk in de gaten. We voeren een levendig gesprek. We hebben het over de verkiezingen in de Verenigde Staten. Ik citeer een vrouw uit Florida die zei dat ze hoopte dat het fatsoen weer terugkeerde in het Witte Huis, een uitspraak die alles wat belangrijk is, haarscherp samenvat. Fatsoen keert echter niet vanzelfsprekend terug. Daar moet je moeite voor doen. Zo’n gesprek dus. 
In november wordt de herfst steeds strenger. Nog één stevige storm en de bomen zijn kaal.
Daar hebben we het ook over, mijn buurman en ik, over het verstrijken van de tijd, over de tijd die ons opjaagt zonder dat we weten waarheen. Over alles om ons heen komt de zachte glans van melancholie.
Ah, daar is de overbuurvrouw: “Hallo jongens.” We vinden het prettig dat ze jongens zegt. Een aangename overbuurvrouw is het. Ze heeft grote verbaasde ogen waarin altijd een lach blinkt. Ze is ook bezig met een korte wandeling, ook zomaar, om er even uit te zijn en na te denken over de dagen waarin we verzeild zijn geraakt.
We kijken elkaar vragend aan, want er doet zich een probleem voor waarvan we niet weten of het groot of klein is. We kunnen daar niet met ons drieën blijven praten. Mag niet van de overheid, een maatregel die we begrijpen. Eén van ons moet alleen verder.
“Dat moet toch gewoon bespreekbaar zijn,” zegt de overbuurvrouw.
Ik houd niet van het woord `bespreekbaar’. Alles is bespreekbaar, het hangt af van wie er aan het spreken zijn.
“Ik ga wel naar huis,” zeg ik. “Ik moet toch aan het werk.”
Het is ook een nuttige maatregel, denk ik gul, want ik wil van alles het beste maken.