Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Bezem

Het Weekend van de Waarheid. Dat was het. Zo’n weekend heeft ook een stille zondagochtend, kil, even niet nat. Ik loop wat te mijmeren rond vragen als wanneer ik eerder een Weekend van de Waarheid meemaakte. Misschien niet een heel weekend, maar toch wel een paar Dágen van de Waarheid. Of Momenten. Is toch een zin die je soms hoort uitspreken: “En nu komt het Moment van de Waarheid.” Stom dat ik me er niets van herinner. Misschien nam ik die waarheden niet serieus genoeg en de waarheden mij ook niet.
Ik denk aan het gezicht van de premier, vrijdagavond op televisie. Nog nooit zag hem zo ernstig en nog nooit hoorde ik hem zo streng reageren op stomme vragen van sommige journalisten. Het is menens.
Dat loop ik ook te denken, gistermorgen. Uit het café waar ik soms zit in de namiddag, komt een man die dan vaak achter de bar staat. Hij heeft een bezem bij zich om het stoepje te fatsoeneren, maar als hij mij ziet gebruikt hij de bezem om op te leunen. Hij zegt: “Het is nog niet zeker, nog niet helemáál zeker…” Hij pauzeert even. Niets is zeker, denk ik, en helemáál zeker al helemaal niet. Hij zwijgt ook om na te denken over wat hij wil zeggen. Het kost hem moeite: “Maar ik denk deze week de boel definitief dichtgaat.” Hij wijst achter zich, naar het café. De boel. 
Ik vraag of het afhangt van de nieuwe maatregelen. Hij knikt, maar haalt ook zijn schouders op: “Sinds we weer open mogen, gaat het al niet goed.” Hij noemt de omzet per dag. Verstand van geld heb ik niet, maar het lijkt me weinig. Ik weet niet wat ik moet zeggen, ja: “Ik kom maandag wel even langs.” Ik wil eraan toevoegen: alsof er niets aan de hand is. Dat doe ik niet. Er is wel wat aan de hand. Veel te veel.