Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Blauw

Er zijn maar een paar winkels waar ik graag kom. Een ervan is de Kantoorvakhandel. Zo heet die hier in de buurt. Je kunt ook zeggen dat het een winkel is met kantoorartikelen, maar misschien klinkt dat te frivool, kantoorartikelen. Kantoorvakhandel, ja, het heeft wat. 
Ik ga er altijd met een duidelijk doel heen. Het liefst voor een potje inkt, wat natuurlijk niet vaak het geval is. Een vulpen doet lang met een potje inkt. Ik heb veel vulpennen, maar toch, potje inkt is niet een wekelijkse boodschap. Jammer genoeg, want daarvoor ga ik er graag op uit. Met een potje inkt thuiskomen is een teer genoegen. Dat op je bureau zetten, vulpen pakken, dekseltje eraf draaien, even ruiken.
Gisteren was ik er voor iets anders, stapeltje grote enveloppen. Terwijl ik daarheen loop, kijk ik aandachtig om me heen. Is er iets nieuws? Een pen die ik nog niet kende, notitieboekjes met geel ruitjespapier.
Als ik de enveloppen op de toonbank leg, zegt de kordate vrouw die de leiding heeft: “U weet toch dat ze er zijn?”
Ik weet niet wat ze bedoelt, maar toch kijk ik haar zielsblij aan.
We lopen naar een hoekje van de winkel. Dáár: de agenda 2020-21, lopend vanaf 1 juli, paar dagen geleden, tot en met december volgend jaar. In drie kleuren. Koop ik ieder jaar.
“Blauw,” zeg ik gretig. En dat het volgens mij gisteren was dat ik de agenda 2019-2020  kocht, ook rond deze tijd.
De vrouw van de Kantoorvakhandel zegt: “Maar die kunt u toch nog tot januari gebruiken.”
Ik zeg dat ik dat niet doe, dat ik alle afspraken voor de rest van het jaar overschrijf in de nieuwe agenda. Ik geef het toe: in mijn netste handschrift.
Ze lacht: “U frist het jaar lekker op.”
Heb ik enorme behoefte aan: het jaar lekker opfrissen.