Jano van Gool

In de Pers

Montere Weemoed II, met Thomas Verbogt & Beatrice van der Poel - Gezien op 2 maart 2022, OBA Theaterzaal, Amsterdam  ... - Kester Freriks in: Theaterkrant lees meer
The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Bloemen

Bijna iedereen kent het begin van het gedicht van Hendrik Marsman Herinnering aan Holland: “Denkend aan Holland/zie ik breede rivieren/traag door oneindig/laagland gaan”. Hij schreef het toen hij niet in Holland woonde, ik denk graag aan Holland, terwijl ik er ben, graag in oneindig en stil laagland.
Laatst waren dat de omstandigheden rond een bushokje op het platteland. Ik zit daar te wachten op een bus die over een halfuur arriveert, maar als het langer duurt, vind ik dat niet erg.
Het is halverwege de ochtend. Ik kijk uit over weilanden waarop nog een beetje dauw blinkt. In de verte traag bewegende koeien en bosschages waaraan al te zien is dat de herfst ze binnenkort een andere kleur geeft.
Geen mens te bekennen tot er een meisje arriveert, op een fiets. Die zet ze tegen een boom, ze glimlacht hartelijk en komt dan naast me zitten. Ik hoop dat ze geen behoefte heeft aan een gesprek. Veel wachtende mensen hebben dat (“Het is me wat”) maar zij gelukkig niet.
Ze zal een jaar of achttien zijn en heeft Noord-Afrikaanse wortels. Om haar heen hangt de geur van bloemen waarvan ik meteen vind dat die bij het uitzicht hoort.
Ineens klinkt er trillend gezoem uit de zak van haar rode jas. Mobieltje! Mijn humeur krijgt een knauw. Ik gun mezelf en iedereen enorm een mobielloze omgeving.
Er gebeurt iets waarop ik niet gerekend had. Als het schermpje van het apparaat het gezicht van iemand anders laat zien, besef ik dat ze doof is. Of die ander. Ze praat in ieder geval met haar hand, de ander ook, Wat ze met gebaren uitwisselen is grappig, want het meisje moet zacht lachen.
Als het gesprek afgelopen is, maakt ze een verontschuldigend gebaar naar mij. Hoeft niet. Hoeft echt niet, nee!