Jano van Gool

In de Pers

lekker tobben met de tragikomedie van Thomas Verbogt - Binnen één alinea van lachen naar huilen: lekker tobben met de tragikomedie van Thomas Verbogt ★★★★★ ... - Katinka Polderman in: De Volkskrant lees meer
Vogel, met Bram van der Vlugt - Vijfentachtig is Bram van der Vlugt, bijna dan, maar zijn hoofd weigert dat feest te vieren. Liever leert het nog lange teksten.... - DICK VAN TEYLINGEN, theaterkrant in: Theaterkrant lees meer
Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Boodschap

Terwijl ik in alle vroegte naar de fitnessclub loop, denk ik na over een bericht dat ik zojuist las. Nou ja, in alle vroegte, het is kwart voor 8, maar soms vind ik dat vroeg. Zeker na wat ik zojuist las. Het ging over sportbeoefening. Je kunt een paar week per week hardlopen, maar als je het alleen op zaterdagochtend doet, en dan ook nog heel kalm aan, maakt dat niet veel uit. Het effect is hetzelfde. In het eerste geval ga je ook eerder dood en dat is waarschijnlijk niet de bedoeling.
Het is een nieuw onderzoek en ook een analyse ervan, gepubliceerd in een befaamd medisch tijdschrift. In Engeland. Je kunt zoiets in Engeland laten, maar nee, het komt ook in sommige Nederlandse kranten terecht. En dan denk je dus dat je goed bezig bent, maar bewerkstelligt sportief een vroegtijdige dood.
Ik houd van verwarring, want vaak komen er verfrissende inzichten uit voort, Maar niet alle verwarring vind ik verstandig. 
Ik ga drie keer per week naar de fitnessclub. Ik wil dat min of meer zelf, maar het moet ook van de dokter, want die zegt dat het goed is voor mijn hart. 
Een inspanningfysioloog van het Radboud, Thijs Eijsvogels, bevestigt het bericht dat ik las. Beetje sporten is prima, dat is al genoeg `gezondheidswinst’. Hij snapt dat het `een lastige boodschap’ is.
Met die lastige boodschap in mijn hoofd kom ik de fitnessruimte binnen. Ik wil die delen met de coach, want die heeft het vast ook gelezen. We kennen elkaar al lang, jaar of zestien, het is aan hem te zien dat hij aanvoelt welke kwestie ik tegen het licht wil houden. Hij wijst fel naar een fietsapparaat: “Het enige dat je nu hoeft te weten is dat we hier een uur bezig zijn.” Dat is érg goed, wil ik graag geloven.