Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Bos

“Een een serietje natuurlijk.” Hoor ik vaak als het gaat over hoe je je tijd doorbrengt nu de mogelijkheden beperkt zijn. Over het thuiswerken heb ik het even niet, nee, over de uren die `vrije tijd’ worden genoemd. Zijn er meer dan anders. Vandaar het serietje, nee, meervoud: serietjes. Weer is het verkleinwoord bedrieglijk. Een serietje doe je niet even, een serietje kan je dagen in beslag nemen. 
Ik heb ook Netflix maar ben niet zo van de serietjes, ik wil me leven er niet door laten beheersen, wat ik zeg omdat ik mezelf ken.
Twee uitzonderingen The Crown en vorige week The Queen’s Gambit, beide niet van die lange serietjes. Wel verslavend. Ik denk dat ik The Queens’s Gambit zelfs nog een keer ga zien, vanwege de actrice, de muziek (onder meer Shocking Blue!), de vormgeving en vooral vanwege het schaken. Ken de regels, maar kan er verder niets van, tot mijn diepe spijt, want ik wil het dolgraag. 
In de serie wordt veel geschaakt en telkens lette ik goed op wat er op het bord gebeurde. Meestal begreep ik er weinig van, maar dat was juist inspirerend.
Vaak heb ik het geprobeerd, goed te leren schaken, met vrienden tegen wie ik speelde, met behulp van de computer. Soms spatte er een beetje inzicht op, maar te weinig naar mijn zin.
Toen ik op school schaakte zei de vader van een vriend dat ik voor iedere partij een uurtje door het bos moest rennen. Deed ik en het hielp: ik verloor minder snel. Vaak rende ik in die dagen door bossen. Ik wist zeker dat het voor veel bezigheden goed was, huiswerk waartegen ik me verzette, dansles, meisjes mee uit vragen, verhalen die ik wilde schrijven. Rennen, rennen.
Eén knie werkt inmiddels slecht mee, maar in mijn hoofd ren ik nog steeds.