Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Concentratie

“Veel mensen denken dat schakers nogal in zichzelf gekeerde lieden zijn. Dat is helemaal niet zo. Ik ben ook een hele normale jongen, gewoon met een vriendin.” Aldus Jorden van Foreest die zondag het Tata Steel-toernooi won. Zit nog steeds in mij hoofd als het Hoogovenschaaktoernooi. Vind ik ook grootser klinken. 
Toen ik een paar jaar geleden in Wijk aan Zee was, in deze tijd, veel wind en kille regen, ging ik het hotel binnen waar het toernooi wordt gehouden. Of was het een café-restaurant? Doet er niet toe, het was er leeg, maar je merkte toch dat er zich schakers hadden opgehouden. Het was er bijvoorbeeld niet gezellig, om dat linke woord maar eens te gebruiken. Is ook niet het eerste waaraan je denkt als je aan schakers denkt, ook al zijn het nog zo normale jongens en meisjes. Of dat zo is, weet ik trouwens niet. 
Als ik zelf schaak, raak ik automatisch beetje in mezelf gekeerd. Mijn tegenstander is altijd dezelfde, mijn bevriende buurman, die veel beter is dan ik, wat ik met grote moeite erken. Als we hebben afgesproken ’s avonds te gaan schaken, oefen ik in de middag op de computer, partijtjes die in de categorie `eenvoudig’ staan. Ik stop pas als ik win en dat kan lang duren. Als dat klaar is, ben je al anders dan anders. Je gaat bijvoorbeeld voorzichtig met de opgebouwde concentratie om. De vraag “Is er iets?” verdraag ik haast nooit, maar dan helemaal niet.
Na het schaken ben ik behoorlijk uit mijn doen. In bed denk ik na over de verloren partijen. Als altijd lette ik op een cruciaal moment niet goed op, veel te veel gericht op de aanval die ik in mijn hoofd had. Ik droom er beroerd van. Maar oké, verder ben ik een heel normale jongen, gewoon met een vriendin.