Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Deeg

Dat je pannenkoek moet schrijven en niet pannekoek, weet ik, maar ik ben vóór de versie zonder –n en ik geloof dat het stiekem ook best mag. Maar goed, daar gaat het niet om. 
Ik wil alleen maar zeggen dat ik spontaan nooit aan een pannekoek denk. Is dat belangrijk? Nee zeg! Maar ik kwam het woord (zonder –n) gisteren vaak tegen in een verslag van een juridische procedure die ik te ingewikkeld vind om uit te leggen. De kwestie was een pensioenfonds voor de zoetwarensector. Voel geen zin me daarin te verdiepen, maar wat ik wel interessant vind is dat de rechter uitspraak moest doen over het verschil tussen koek en pannekoek. Ging over maaltijd en geen maaltijd, over hard en zacht, over de plekken in de supermarkt. In ieder geval: koek is iets anders dan pannekoek.
Wat ik merkte is dat zodra ik erover lees of er iemand over hoor praten, ik enórme zin een pannekoek krijg, ook vroeg op de dag, terwijl het wel dertig jaar geleden is dat ik er een at. In mijn directe omgeving worden ze soms gebakken, maar om redenen die ik niet paraat heb, ben ik altijd buitenshuis als ze ter tafel komen.
Als kind had ik het al als ze in een avontuur van Tielse Flipje door juffrouw Schaap op tafel werden gezet, een hoge stapel waar gezellige damp vanaf kwam. Ik hield het dan niet meer. 
Nu is er op televisie een reclamespotje waarin een vrolijke vrouw een pannekoek bakt. Waarvoor de reclame is, geen idee, maar de vrouw is ongeduldig. Ze wil de pannekoek vanuit de pan omhoog gooien en dan omdraaien, maar dat lukt niet, want ze wil het te snel. Er spat nat deeg op. Wil ik dus ook. En dat het me wél lukt. Dat ik niet eens naar de pan en pannekoek kijk en gewoon luchtig meedoe met het gesprek.