Jano van Gool

In de Pers

Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer
Wat is precies de bedoeling? - Van tijd tot tijd vraagt iemand wie de opvolger is van Carmiggelt. De vraag is even onzinnig als begrijpelijk.... -  in: Boekensalon lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Dingen

Mijn tandarts maakt deel uit van een tandartsengroep. Zo heet het. Nu moet ik bij de mondhygiëniste zijn, een erg aardige vrouw die me charmant op mijn donder geeft, want ik doe altijd wel iets niet goed, vooral handelingen in de flossfeer. “Zal ik het nog een keer voordoen?” vraagt ze. Ik antwoord dat het niet hoeft.
Voordat ik door haar geroepen word, moet ik me bij de balie van de tandartsengroep melden. De vrouw die daarachter zit, heeft ook witte kleding aan, wat natuurlijk niet per se hoeft, maar wel een degelijke indruk maakt.
Terwijl ze mijn gegevens controleert, vraagt ze: “Heeft u nog leuke dingen gedaan deze zomer.” Ik begrijp waarom ze dat vraagt. Veel mensen zijn hier zenuwachtig. Zo’n vraag kan voor ontspanning zorgen. Je denkt immers aan de zomer en de leuke dingen die je gedaan hebt, maar ik zit ingewikkeld in elkaar want kan niet uit de voeten met de vraag. Het liefst zou ik zeggen: “Ik heb deze zomer geen leuke dingen gedaan.” Maar behalve dat het niet waar is, vind ik het ook een veel te negatief antwoord. Ik wil daar niet bekend staan als de man die in de zomer geen leuke dingen doet. Maar ja, je kunt het niet laten bij “Ja, ik heb leuke dingen gedaan deze zomer”. De bedoeling is dat je ze dan gaat noemen. Maar om daar nu alle leuke dingen te gaan opsommen, voert ook wat ver. Bovendien zijn er ook nog andere mensen die zich bij de balie moeten melden, en je moet voorkomen dat al die leuke dingen van je voor een opstopping zorgen. Daarbij: wat is een leuk ding? Het ene leuke ding is leuker dan het andere of juist minder leuk. En wat ik leuk vind, kan zij helemaal niet leuk vinden.
Ik zeg: “Ik mag niet klagen.” Aan die woorden heb ik een hekel.