Jano van Gool

In de Pers

Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer
Prettig verzinken in de herinneringen van Thomas Verbogt - Je zou bijna elk boek van Thomas Verbogt (1952) kunnen o... - Bo van Houwelingen in: De Volkskrant lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Dokter

Als ik bloemen koop en de bloemist vraagt of de bloemen een cadeau zijn, zeg ik meestal dat ze voor mezelf zijn, wat nooit zo is. Misschien moet dat laatste veranderen, maar dan nog, ik verzwijg dat het een cadeau is. Anders gaat het allemaal heel lang duren: cellofaan eromheen, vrij lelijke linten die met een schaar gekruld worden, en “Moet er een kaartje bij”. Allemaal vertederend aardig, maar alsjeblieft niet, want ik heb haast, omdat ik dat altijd heb, ook als het niet per se nodig is.
Zaterdag moet ik voor de bakker wachten omdat een jonge vader met een wollen muts op er heel lang over doet een reusachtige kinderwagen naar binnen in te duwen. Het is een smalle winkel, de kinderwagen past er nauwelijks in en niemand kan zich dan meer bewegen. Maar waar het me nu om gaat is dat ik voor die deur storend ongeduldig stond te zijn, storend voor mezelf, bedoel ik. Ineens dacht ik: kalm aan, zeg. Hoeveel tijd verlies je en wat betekent dat verlies in de tijd die je nog over hebt? Het moet ánders en snel een beetje!
Lukt echter niet meteen. Op weg naar huis kom ik een vage kennis tegen. Ik roep nooit: “Wat doe jij hier?!”, want het antwoord duurt vaak te lang. Wel vraag ik hoe het gaat. Ze zegt: “Dat is een lang verhaal. Of wil je de korte versie?” Ik zeg: “Doe maar de korte versie.” Die is helemáál niet kort, maar ik kijk niet op mijn horloge. Ben al bezig met mijn voornemen voor 2020!
Maar als iemand vraagt: “Heb ik je al verteld dat…” En dan iets noemt wat ik inderdaad al heb gehoord, en ik dat ook zeg: “Ja, dat heb je verteld.” En als de ander het dan toch begint te vertellen, mag ik zeggen dat ik op weg ben naar de dokter, hoewel dat op zaterdag om toelichting vraagt.