Jano van Gool

In de Pers

Montere Weemoed II, met Thomas Verbogt & Beatrice van der Poel - Gezien op 2 maart 2022, OBA Theaterzaal, Amsterdam  ... - Kester Freriks in: Theaterkrant lees meer
The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Driftkopje

De eerste keer dat mijn ouders me meenamen naar een restaurant, herinner ik me vaag. Ik zal een jaar of zes geweest zijn, zondagse kleren aan, nat haar met scheiding erin. Er zal vast iets gevierd zijn. Trouwdag lijkt me het meest in aanmerking komen. Mijn zusje was één en die avond onder de hoede van een tante, want wat viel er voor een baby aan een restaurant te beleven? Wat ik nog weet is dat ik me nauwelijks durfde te bewegen. Dit was een wereld die ik nog niet kende. Deden mijn ouders me een plezier door me mee te nemen? Ik lees over een actiegroep die ik niet kende. De naam van de actiegroep is Engels en dreigend: No Kids Allowed. Er hoort een verkeersbordje bij, met een rode streep door dynamische kinderen. Kinderen niet toegestaan. De leden van de actiegroep pleiten voor minder of geen kinderen in cafés of restaurants en dan hebben ze het vooral over kinderen die lawaai maken en de hele tijd verwilderd op en neer rennen. Ik houd niet van een verkeersbordje met een streep door dynamische kinderen. Ik zeg altijd dat vroeger niet lang geleden is en ook dat vroeger beslist niet alles beter was, maar in de tijd die sommigen van ons vroeger noemen, zag je minder vaak kinderen in cafés dan nu. Misschien willen huidige ouders dat kinderen zo snel mogelijk wennen aan het volle leven. Is veel voor te zeggen. Ik heb nauwelijks verstand van kinderen en weet ook niet of  er iets met hen af te spreken valt, maar mij lijkt hoe dan ook niet dat ouders vertederd moeten toezien als hun kind al het glaswerk van een belendend tafeltje ramt. `Ja, hij kan een driftkopje zijn.’ Laatst maakte ik in een restaurant een kind mee dat om de haverklap schreeuwde dat het naar huis wilde. Dan denk ik: néém het dan mee naar huis. Het kind heeft er niet voor gekozen hier te zijn. Ik merk dat ik hierover alleen maar hakopdetakkerig kan denken, maar ik zou er iets over moeten kunnen zeggen.