Jano van Gool

In de Pers

Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer
Wat is precies de bedoeling? - Van tijd tot tijd vraagt iemand wie de opvolger is van Carmiggelt. De vraag is even onzinnig als begrijpelijk.... -  in: Boekensalon lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Enige

Soms gebeurt het dat je je verschanst in je eigen huis. Er is nog wel buitenwereld, maar ver weg. De deur op het nachtslot, telefoon uit. En dan gaat de bel. Het is bijna negen uur in de avond, er komt zelden onaangekondigd bezoek. Waarom ik naar de deur loop, weet ik niet. Misschien is het mijn verantwoordelijkheid, zoiets.
“Een ogenblikje!” roep ik tegen de dichte deur, want ik kan de sleutels niet meteen vinden, een sleutel voor het gewone slot, een sleutel van het nachtslot. Even later roep ik tegen de dichte deur dat ik ze gevonden heb en begin de deur te openen.
Er staat een man, jaar of twintig, vriendelijke oogopslag, en ik zie het meteen: een goed doel! Rood jack met opschriften, klembord, tablet. Hij vraagt of hij stoort. “Een beetje,” zeg ik. Ik wil er niet omheen draaien, maar druk me te zwak uit, waardoor ik onmiddellijk prooi ben.
De man zegt dat hij het kort zal houden en begint over kinderen van vluchtelingen, een onderwerp dat ik niet meteen wil afkappen. Ik luister niet héél erg goed, want vraag me vooral af hoe we efficiënt afscheid kunnen nemen.
“Het hoeft maar om een kleine bijdrage te gaan,” zeg de man afrondend. Ik hoor lichte wanhoop in zijn bevlogen stem.
Ik zeg “Dus…” en probeer samen te vatten wat hij zojuist uiteengezet heeft. De man corrigeert me zo nu en dan. Ik geef me over.
Hij gaat van alles op zijn tablet invullen. Ik zie VluchtelingenWerk staan, uitstekende organisatie, ik word hier niet belazerd, want uiteraard ben je daar bang voor. Als hij klaar is met de administratie, geeft hij me een hand en zegt dan dat ik vandaag de enige ben met wie hij een gesprek kon afmaken. Ik knik tevreden. Weer geeft hij me een hand. Ik geloof hem.