Jano van Gool

In de Pers

Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer
Wat is precies de bedoeling? - Van tijd tot tijd vraagt iemand wie de opvolger is van Carmiggelt. De vraag is even onzinnig als begrijpelijk.... -  in: Boekensalon lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Fiksen

“Er zit een zoetje in.” Ik loop over de zaterdagse markt in het kleine dorp aan zee waar ik al drie weken ben, en tijdens het passeren van de kaaskraam hoor ik het: “Er zit een zoetje in.” Een medewerker van de kraam zegt het tegen een mevrouw met een wat een plechtige uitstraling. Ze kijken beiden ernstig. Ja, de vrouw slaat aandachtig de kaas gade waarnaar de kaaskraammedewerker belerend wijst. Het zou me niets verbazen als de vrouw van alle kazen die daar verkocht worden, wil weten wat erin zit. Niemand die ervan opkijkt. Het verbaast me trouwens ook dat ik stilsta bij de woorden `Er zit een zoetje in’ en even bij het kleine tafereel blijf hangen. 
Heb ik vaker als ik in een dorp ben, zeker hier: ik stel tevreden vast dat alles veel langzamer gaat dan in mijn woonplaats, de stad die een grote stad wordt genoemd. Niet alleen langzamer, maar ook details spelen een grotere rol. Ook de belangstelling voor die details. Ik word er rustig van.
Merk ik als ik even later bij de plaatselijke garage (gewoon open op zaterdag) vertel dat er iets mis is met mijn ruitenwissers, zeker met één ervan.
Normaal struikel ik tijdens de uitleg van zo’n defect over mijn woorden en spat die uitleg alle kanten op, maar nu blijf ik ingetogen en ondertussen kijkt de monteur me welwillend aan, terwijl ik heus wel zie dat de garage vol staat met auto’s die om reparatie popelen. 
Als ik geen woord meer kan toevoegen aan mijn uiteenzetting, zegt hij: “Dan zet ik er toch nieuwe op.” 
Ik knik enórm dankbaar en vraag of ik een afspraak moet maken. De monteur zegt dat hij het meteen doet (`fiksen’) en even later betaal ik een kalme rekening en geven we elkaar een hand. Dan ga ik terug naar de kaaskraam.