Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Gaan

Gisterenochtend vroeg waren er twee foto’s waarvoor ik warme aandacht had, wat niet alleen kwam doordat ze er zo zonnig uitzagen. Eerste stond op de voorkant van deze krant, genomen op het terras van het Nijmeegse café De Hemel. Te zien is hoe een luchtige ober een eenvoudige houten constructie op zijn linkerschouder vervoert, met daarin 10 glazen bier. De lengte van dat geheel is 1,5 meter. Ik neem aan dat je het zo kunt bestellen: “Doe mij 1,5 meter bier.” Misschien kon je zo’n bestelling ook in het Oude Normaal plaatsen, maar voor mij zag het er toch nieuw uit.
De andere foto trof ik in De Volkskrant: drie vrolijke jonge vrouwen op een terras in Utrecht, ze hebben een vol glas bier vast en proosten. Het ziet er goed uit, optimistisch stemmend zelfs. Ook de frisse vrolijkheid van de vrouwen zorgt daarvoor. Onder de foto staan hun namen, Frederieke, Imre en Eva, en ook dat ze `aan het bier’ zijn gegaan.
Veel bier op mijn stille vroege ochtend met een lachende ochtendzon die nu echt het begin van de zomer belooft. Nog niet zo lang geleden kreeg ik van die foto’s aangename dorst. Het vroege uur had daar niets aan kunnen bederven. Wanneer hoorde ik mezelf zeggen: “Zullen we aan het bier gaan?”? Ja, nog langer dan lang geleden. Gisteren kwam een ochtend uit die dagen weer dichtbij. Feest was min of meer afgelopen, de nacht verdwenen in het blauwe licht dat bij de eerste uren van de dag hoort, de tuindeuren stonden open, moe van het dansen en praten en van alles zaten we in het natte gras, uit het huis klonk de melancholie van Neil Young en toen had iemand het over vol fust in de gang. En iemand anders (ik?) zei: “Ja, laten we aan het bier gaan.” Alsof alles nieuw werd.