Jano van Gool

In de Pers

Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer
Wat is precies de bedoeling? - Van tijd tot tijd vraagt iemand wie de opvolger is van Carmiggelt. De vraag is even onzinnig als begrijpelijk.... -  in: Boekensalon lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Gebaar

Wanneer is iemand een verward persoon? En dan bedoel ik een verward persoon die steeds vaker in de media figureert. Er gebeurt iets dat behoorlijk ontregelend is, maar zonder duidelijk doel. Meestal komt dat dan door toedoen van een verward persoon, iemand die verdwaald is in de marge van de psychiatrie. 
Ik denk daaraan als ik in de vroege morgen flessen in de glasbak laat vallen. Het is stil op straat, het is niet alleen de stilte van de prille ochtend, maar ook van de meivakantie: veel kinderen zijn met hun ouders naar ver weg vertrokken om zich voor te bereiden op de zomervakantie die over een dikke maand begint. 
Ik zie een vrouw, jaar of twintig, die langzaam over straat loopt, volgens mij in gedachten die zo diep zijn dat niemand ze nog kan begrijpen, misschien zij zelf ook wel niet. Af en toe maakt ze een wegwerpgebaar. We kennen dat gebaar, je maakt het meestal in gezelschap van anderen wanneer je iets hoort wat je verwerpelijk of enorm belachelijk vindt. Het is een gebaar waaraan weinig valt toe te lichten en dat nauwelijks nuancering verdraagt. 
Als je in je eentje een wegwerpgebaar maakt, is er meer aan de hand, zeker als je het zo diep in gedachten doet als de vrouw die ik op straat zie. Ze kijkt niet bedroefd, geloof ik, eerder verbijsterd. Ik weet niet wat ik moet doen. Vragen of ik haar kan helpen? Die neiging heb ik. Maar als het een verward persoon is, kan het best zijn dat niemand iets heeft aan die vraag, en dat de verwarring van de verwarde persoon ook jouw verwarring wordt. Is dat erg? 
Even later loop ik naar huis. Ik heb niets gedaan, de vrouw zie ik niet meer, misschien is ze wel in haar diepe gedachten verdwenen. In mij gromt een wegwerpgebaar.