Jano van Gool

In de Pers

Vogel, met Bram van der Vlugt - Vijfentachtig is Bram van der Vlugt, bijna dan, maar zijn hoofd weigert dat feest te vieren. Liever leert het nog lange teksten.... - DICK VAN TEYLINGEN, theaterkrant in: Theaterkrant lees meer
Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer
Wat is precies de bedoeling? - Van tijd tot tijd vraagt iemand wie de opvolger is van Carmiggelt. De vraag is even onzinnig als begrijpelijk.... -  in: Boekensalon lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Gedaan

“Wat heb jij?” Die vraag overvalt me niet. Variant: “Wat heb jij nu weer?” 
De eerste vraag vind ik prettiger dan de tweede. Zelden heb ik iets wat enorm zichtbaar is. Nu wel, ik kom moeilijk, nauwelijks vooruit, ik steun op een wandelstok en mijn rechterarm zit in het gips. Dus ik begrijp dat er iets over gevraagd wordt, nu al een keer of dertig, en mijn antwoord begint me een beetje te vervelen. Misschien moet ik een ander bedenken, hoewel de waarheid een zekere tragische schoonheid heeft. In het begin was het ook wel leuk om te zeggen: “Er is iemand op me gevallen.” Graag zou ik het hierbij laten, maar dat kan niet. Dus: “Op de fitnessclub verliet ik sportruimte en toen struikelde er een man tegen me aan, ik viel, hij ook, bovenop me dus.” 
Het is een man die een sterke reden heeft de fitnessclub te bezoeken, want zijn lichaam is omvangrijk. Dat wist ik al, ik zie hem vaker, maar nu maakte ik het omvangrijke lichaam ook mee. En van die ervaring heb ik nog steeds last. 
Ik probeerde losjes overeind te komen, niks aan de hand, jongens, natuurlijk niet, snel over tot de orde van de dag. Men was ons al te hulp gekomen en die hulp had ik ook nodig. Losjes overeind komen, no way. Ik moest min of meer getakeld worden en eenmaal weer op beide benen, werkte één been met grote tegenzin. En mijn rechterhand en –pols en –arm voegden zich in die tegenzin. In het ziekenhuis begon het uiteraard: “Wat heeft u precies gedaan?” En ik gaf het antwoord dat ik zo goed uit mijn kindertijd kende: “Ik heb niks gedaan!” 
In mijn directe omgeving zeggen intimi, terwijl ze moeite moeten doen niet te glimlachen: “Wel echt iets voor jou.” 
De man die op me viel, mankeert niets. Goed werk van me!