Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Geregeld

Dat het niet spectaculair zou zijn, wist ik wel, maar toch was ik nieuwsgierig hoe het zou gaan: maandagavond had ik een afspraak in een café, in principe een simpele gang van zaken, maar het mag niet zomaar van de overheid. Ik verwachtte een goed gesprek aan de voorkant. Zo heet het immers: aan de voorkant. Voorheen gebeurde er nauwelijks iets aan de voorkant, maar die tijd is voorbij. De voorkant hoort bij het hart van ons dagelijks leven. 
Viel me een beetje tegen. Het meisje dat het die avond voor het zeggen had, wees naar een formulier op een tafeltje naast de ingang. Formulier is een groot woord, je moest je naam invullen op een lijst, plus datum en telefoonnummer, klaar. Iets in mij zei dat dit misschien te weinig was om een virusuitbraak te kanaliseren, maar ik noteerde plechtig wat me gevraagd werd. Daarna mocht ik gaan zitten. Raar dat ik van dat soort formaliteiten houd. Toen er nog grensbewaking was, verheugde ik me altijd op het nonchalante gebaar van de douanier: rij maar door en snel graag.
Vorige week was ik in het ziekenhuis. Daar was bij de ingang (voorkant) ook controle: “Heeft u andere klachten dan normaal?” Vond ik een fijne vraag voor in een ziekenhuis. Dat ontken ik dan groots en vervolgens mag ik doorlopen. Dat besef ik de eerste tien meter sterk: ik mag doorlopen! 
Er moet een röntgenfoto van mijn knie worden gemaakt. Ongevraagd leg ik kordaat mijn rijbewijs op de balie. De vrouw erachter zegt: “Heel goed. Ik meld u aan.” Ik blijf het als een compliment beschouwen dat ik kan aantonen dat ik ben wie ik zeg te zijn. 
Het meisje in het café zegt maandagavond: “Voor de volgende keer is het ook geregeld, hoor.” Ik knik trots, maar vind het ook jammer.