Jano van Gool

In de Pers

Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer
Wat is precies de bedoeling? - Van tijd tot tijd vraagt iemand wie de opvolger is van Carmiggelt. De vraag is even onzinnig als begrijpelijk.... -  in: Boekensalon lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Heimwee

Dinsdag scheurde ik een artikel uit deze krant. Het ging over rijtjeshuizen, een interview met Friso de Zeeuw, die tot voor kort hoogleraar gebiedsontwikkeling was. Hij breekt een lans voor de rijtjeshuizen, voor zover dat nodig is, want hij is stellig van mening dat mensen die in rijtjeshuizen wonen daar erg tevreden over zijn.
Hij is geïrriteerd door mensen die kritiek hebben op rijtjeshuizen. Dat het saai is en zo. Dat er vaak echtgescheiden wordt, dat soort dingen. Die kritiek is onzin, aldus Friso de Zeeuw, en komt vooral van `allerlei intellectuele VPRO-stadskabouters’. Bij die typering bleef ik even hangen en daarom scheurde ik het artikel uit.
Over wie ik ben, denk ik niet zo vaak meer na. Daar kom ik niet helemaal uit. Maar wát ik ben, kan me soms interesseren.
Ik woon niet in een rijtjeshuis, wel in een huis, ik heb ook helemaal geen bedenkingen bij rijtjeshuizen en de bewoners ervan, maar toch heb ik het gevoel dat ik hoor bij de groep die Friso de Zeeuw beoogt met intellectuele VPRO-stadskabouters. Van dat intellectueel, ben ik niet zeker, maar Friso de Zeeuw bedoelt dat uiteraard ironisch: het zijn vooral intellectuelen die dénken dat ze intellectuelen zijn. Ik werk soms voor de VPRO, dat wel. Het is voor een programma in de nacht waarvoor ik verhalen schrijf, maar de nacht is natuurlijk een dagdeel bij uitstek voor kabouters. Overdag zijn ze veel te kwetsbaar, door hun uitstraling. Vind ik het erg een VPRO-stadskabouter te zijn? Die vraag kende ik nog niet.
Begin jaren zestig woonden we een paar jaar in een rijtjeshuis, nieuwbouw. De nieuwe tijd was begonnen, iedereen was optimistisch. Met heimwee denk ik terug aan de zomeravonden en de achtertuintjes.