Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Hoffelijk

Aan het begin van de eerste lockdown zeiden we al dat het niet echt een probleem was dat we niet iedereen meer drie keer kusten, bij begroeting en afscheid, en soms ook tussendoor, bijvoorbeeld om te bedanken voor een cadeau. En dat een hand geven ook niet meer wenselijk was, vonden we grappig en dan deden we een beetje mal en schuchter met de ellebogen, nog steeds trouwens. 
Gisteren las ik in deze krant dat de handdruk ooit weer terugkeert. Stond in een interview met antropoloog Danielle Braun. Ze vertelt hoe zij groet: handen bij de buik houden, oogcontact maken en dan zeggen wie je bent, als dat niet al duidelijk is. Zelf geef ik er ook nog een knikje bij en ik vind het een prettige manier van begroeten. Het ziet er hoffelijk uit en daar houd ik van. 
Danielle Braun zegt dat ze soms niet weet wat ze moet doen als ze ergens vertrekt. Volgens mij kan de begroeting dan herhaald worden en ik zeg er ook vaak wat bij, iets vriendelijks over de ontmoeting. Als het vervelend was, houd ik mijn mond. Je gaat niet charmant staan knikken en dan zeggen: “Dit was dus eens maar nooit meer.” Kun je net zo goed zonder woord of iets te doen weglopen. De deur achter je dicht knallen is ook verhelderend.
Het kan ook wat hebben zelf een begroetings- en afscheidsritueel te bedenken, een verrassend gebaar dat niemand anders vertoont. Ingetogen dansje erbij. Of juist niet ingetogen als je je vreugde alle ruimte wilt geven. Denk bijvoorbeeld aan de Haka, de ceremoniële welkomstdans die Maori’s in Nieuw-Zeeland maken, met nogal heftige bewegingen en uitroepen. De rugbyspelers uit dat land zijn er ook goed in. Intimiderend, dat wel, maar je bent wel meteen énorm aanwezig. En er is aandacht!