Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Houvol

Wat ik vaak heb is dat ik iemand ken van bijvoorbeeld de sportschool en die tegenkom in een andere omgeving, op het station, dat ik dan even niet weet wie dat is, terwijl ik tastend denk: ik ken je wel, maar waarvan ook weer en wanneer was dat?
Gisterochtend kijk ik bij de kassa van de supermarkt toevallig om en zie ik een Chinese vrouw van wie me vooral de vriendelijke, lachende ogen opvallen. En die ogen komen me bekend voor. Ineens weet ik het of beter gezegd, dénk ik het te weten: vorige week was ik in het ziekenhuis voor een onderzoek van mijn luchtwegen en moest ik best lang via een mondstuk en een slang in een apparaat blazen, zittend en liggend, en aan dat apparaat zat een beeldscherm vast waarop te zien was hoe het zat met mijn ademhaling.
Volgens mij is zij de vrouw die dat onderzoek verrichtte, maar ze had een mondkapje voor, ook tijdens de begroeting en het afscheid, en ik zag dus alleen maar haar ogen. Terwijl ze met me bezig was, probeerde ik me een voorstelling te maken van haar gezicht. Waarschijnlijk was het even vriendelijk en lachend als haar ogen.
Het onderzoek duurde een minuut of twintig en was best intens: “Ja, dan blaast u nu uit zo hard als u kunt. Houvol, houvol, heel goed, houvol, nog even, houvol. Ademt u nu maar weer in, heel rustig. Goed zo, hoor, u doet het heel goed.” Voor iemand die gevoelig is voor complimenten, zijn die laatste woorden van groot belang. Dat had ze ook wel in de gaten.
Toen ik weer naar huis mocht, zei ze het nog een keer: “U hebt het heel goed gedaan.” 
In de supermarkt wil graag laten merken dat ik haar herken. Maar ja, ik kan natuurlijk niet zeggen: “Weet u nog, ik deed het heel goed bij u.” Stel dat ik me vergis.