Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

IJs

Voor het eerst las ik een artikel over de familie Meiland min of meer helemaal uit. Gisteren in deze krant. Ooit keek ik paar minuten naar een aflevering over hun wel en wee. Ze verbouwden een kasteel in Frankrijk. Ik werd daar onrustig van. Ook zag ik hen een prestigieuze televisieprijs winnen, wat me iets leek te zeggen over de staat van het land. Sindsdien zie ik het hoofd van de familie, Martien, zo nu en dan voorbij fladderen, maar het lukt me nooit mijn aandacht bij hem te houden.
Boven het bericht gisteren stond: “Imagodeskundige: `Meilandjes begeven zich op glad ijs.’”
Daarom las ik het trouwens. Mij fascineert het beroep imagodeskundige. Deze heet Zabeth van Veen. Ze legt uit dat ze zo veel kijkers hebben “omdat ze als persoon leuk worden gevonden”. Blijkbaar wordt de familie gesponsord, maar omdat een van hen (Erica) iets controversieels heeft gezegd, haken sponsors af. De meest naargeestige zin uit de uitleg van Zabeth: “Als je verder niet echt iets kan, ben je daar toch van afhankelijk.” Over zulke woorden kan ik langer nadenken dan strikt noodzakelijk is.
Het gladde ijs is blijkbaar dat Erica vrouwen in boerka heeft vergeleken met pinguïns, niet omdat ze pinguïns leuke dieren vindt, maar omdat ze tegen de boerka is. Je kunt dat serieus nemen, het hoeft ook niet.
In mijn kindertijd in het rooms-katholieke Nijmegen liepen veel nonnen rond in van die zwart-witte gewaden die tijdens het lopen altijd imponerend wapperden. Wij vergeleken hen ook met pinguïns, wat we natuurlijk niet hardop zeiden, anders zwaaide er wat.
Pinguïns vind ik topdieren. Eens per maand ga ik naar de dierentuin om te zien hoe het met hen gaat. Het liefst wanneer ze parmantig harinkjes eten.