Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Inlopen

Fijn de typering `pico bello’ weer eens tegen te komen. Gisteren in deze krant was dat, in een artikel waarin stond dat we haast nooit meer een net pak aan doen. Net pak staat voor alle nette kleding in het algemeen. Met het woord `net’ of `netjes’ heb ik altijd moeite gehad. Dacht ik er meteen bij: “Maak ik zelf wel uit ja.”
Omdat we nauwelijks meer de deur uitgaan, voor werk, theater enzovoort denken we steeds minder na over hoe we er uitzien. “We verslonzen” staat er boven het artikel. Ik snap wat er bedoeld wordt. Zojuist kwam ik van de fitnessclub en ik ben achter mijn bureau gaan zitten in de kleren die ik daar droeg. Later op de dag kleed ik me wel om, als ik daar, let wel, zin in heb. Qua verslonzing ben ik ver heen, geloof ik. Niemand heeft daar echter last van, maar het is natuurlijk niet goed voor mijn karakter. De laatste keer dat ik er pico bello uitzag was toen ik genomineerd was voor een belangrijke literaire prijs. Had ik een nieuw net pak gekocht met een net overhemd. Voelde ik me zó net in dat ik haast niets anders meer voelde.
De eerste keer dat ik pico bello voor de dag moest komen, was toen ik als katholieke jongen de eerste communie deed. Jaar of zes was ik. Met mijn moeder ging ik nette kleren kopen en ook nette schoenen. Toen ik die thuis aandeed, klemden ze enorm. Mijn moeder zei dat ik maar even naar buiten moest, de schoenen inlopen. Om de hoek vond ik een baksteen. Daarmee wreef ik een tijdje over mijn schoenen, zodat ze minder nieuw en net leken. Toen ik thuiskwam was mijn moeder verdrietig kwaad. Op de ochtend van de feestdag, paar dagen later, poetste ze mijn schoenen met enorm veel schoenpoets. Maar je bleef het zien. Vond ik stoer.