Jano van Gool

In de Pers

lekker tobben met de tragikomedie van Thomas Verbogt - Binnen één alinea van lachen naar huilen: lekker tobben met de tragikomedie van Thomas Verbogt ★★★★★ ... - Katinka Polderman in: De Volkskrant lees meer
Vogel, met Bram van der Vlugt - Vijfentachtig is Bram van der Vlugt, bijna dan, maar zijn hoofd weigert dat feest te vieren. Liever leert het nog lange teksten.... - DICK VAN TEYLINGEN, theaterkrant in: Theaterkrant lees meer
Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Jasje

Oma’s worden steeds jonger. Opa’s natuurlijk ook, maar ik zit in de trein en daar komt zo’n jonge oma naast me zitten. Ze begint te praten tegen een man tegenover ons die gretig een boterham eet die hij zojuist uit een hevig ritselende zakje heeft gepeuterd. Ze kennen elkaar. Hoe weet ik dat ze oma is? Ze zegt: “Ik ga vandaag, want morgen komen de kleinkinderen.” De man knikt. Natuurlijk moeten we op veel goed kauwen, maar het toont ons niet op ons voordeligst. Hij gaat er ook heen, want zegt, met volle mond: “Het begint toch om 10 uur?” 
De vrouw pakt haar telefoontje, rommelt er even mee en houdt het dan voor de man: “Kijk, hij heeft net de pokken gehad.” De man knikt: “Ja, dat kun je nog zien.”
Ik hoef er niet per se getuige van te zijn als mensen elkaar foto’s op hun telefoontje laten zien. Ik hoef ook niet te horen wat ze dan zeggen.
Meestal is het iets wat je net zo goed niet kunt zeggen.
De vrouw leunt nu glimlachend achterover, ze ruikt naar de zee, in ochtendlicht. Toen ik kind was, waren alle oma’s oud. Hoorde zo. Misschien waren er ook wel niet-oude oma’s, maar die leidden een verborgen leven. Ik vond de oude oma’s niet een beetje oud, maar heel erg. Gaf verder niets, zo gedroeg het leven zich nu eenmaal: zelf was je piepjong, dan kreeg je de tussenfase van je ouders en daarna kwam de ouderdom.
Helder. 
De man tegenover ons inspecteert de inhoud van zijn lege zakje en maakt er dan zorgvuldig een prop van. Hij zegt ernstig: “Ja, je weet het niet.”
De jonge oma kijkt hem vragend aan.
“Vanmorgen dacht ik: ik neem toch maar een jasje mee.” Hij wijst naar het jasje dat naast hem ligt. “Misschien wordt het straks kouder.”
Zo praat je niet tegen een jonge oma, vond ik.