Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Kalmeren

De computer gebruik ik zo’n beetje de hele dag. Niets ingewikkelds: schrijven, mail, muziek, bankzaken. Dat laatste klinkt grootster dan het is, het zijn piepkleine bankzaken waarmee ik me ongeveer één keer per week moet bezighouden. 
Het apparaat is nog steeds een huisgenoot waarvoor ik ontzag heb. Dat komt doordat ik er geen verstand van heb, niet eens een spatje verstand, niets. Ik kan wat basale werkzaamheden verrichten, klaar. Soms doe ik iets verkeerd, maar wat dat is, kan ik niet zeggen. Er verschijnen dan vragen op het beeldscherm die ik niet kan beantwoorden, omdat ik ze niet snap. Ik zou er best wat op kunnen studeren, maar mijn hoofd zit al zo vol.
Daarom ben ik blij dat ik een beroep kan doen op een computertovenaar die tien minuten lopen hier vandaan woont. Die wandeling maakt hij vaak, omdat ik hem vaak bel. Dan zegt hij: “Ik kom wel even langs.” In het begin probeerde ik uit te leggen wat mijn hulpvraag was, maar daar kon hij niets mee: “Ik kom wel even langs.” 
Hij heeft een zen-achtige uitstraling en neemt in die sfeer ook achter mijn bureau plaats. 
Dan vraag ik meteen: “Is het erg?” Hij zegt dat hij even moet kijken, “maar ik denk het niet.” Vijf simpele woordjes die me kalmeren. En terwijl ik kalmeer, voel ik schaamte vanwege mijn paniek en omdat iedere keer weer zeg dat ik een Flintstone ben. 
Ik blijf staan kijken naar wat hij doet, terwijl ik niet weet wat dat is. Naar een minuutje of twee zegt hij: “Klaar.”
Ik verontschuldig me, voor álles, wat ik altijd doe als ik barst van de opluchting.
Wanneer hij weg is ga ik kijken of mijn computer zich gedraagt zoals ik gewend ben. Dan weer die opluchting. Van werken kom niets meer. En ook geen bankzaakjes, nee!