Jano van Gool

In de Pers

Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer
Wat is precies de bedoeling? - Van tijd tot tijd vraagt iemand wie de opvolger is van Carmiggelt. De vraag is even onzinnig als begrijpelijk.... -  in: Boekensalon lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Kinderachtig

Wilde ik net zeggen dat ik de Nationale Week Zonder Vlees uiterst serieus neem en besef ik –klapje met de vlakke hand op het voorhoofd!- dat ik gisteren kippenbouillon heb gedronken en dat vandaag weer doe, want ben een griepje aan het uitzieken en moet aansterken. Daarom eet ik bijna niets, maar kippenbouillon gaat net. Dan ben je dus tóch vlezig bezig, iets minder hevig dan wanneer je je tanden in een biefstuk zet, maar toch.
Daar staat tegenover dat het hier in huis vaak een Nationale Week Zonder Vlees is. Dat Nationale moet er natuurlijk vanaf, want dat klinkt te pretentieus, maar laat ik het zo zeggen: het is niet eens een principe, maar ik heb niet zo veel met vlees. Nooit gehad. Als kind moest ik het eten, want `daar word je groot van’, maar toen ik dat eenmaal was, begreep ik dat het geen voorwaarde was om het te blijven. Luchtte me op.
Soms. Ik steek het niet beschaamd onder stoelen of banken: soms. En dan liever geen vlees dat je uit elkaar moet scheuren en wild moet weg kauwen.
Waar ik dan wel weer op tegen ben, is een hamburger die geen hamburger is toch een hamburger noemen. Of genuanceerd: vegetarische hamburger. Maar een vegetarische hamburger is geen hamburger. Ik heb het niet over de kwaliteit van het gerecht, maar vind de benadering kinderachtig en taalvervuilend. Het toeval wil dat ik een goede hamburger kan waarderen, maar ik beheers me meestal enorm en dan wil ik best een vegetarisch hamburger eten, als die zo heet op de kaart, maar dat is dan niet omdat de hamburgerliefhebber Verbogt dan toch het gevoel heeft dat hij een hamburger eet. Kom op, zeg. Geef het een naam. Bedenk iets. En geen naam in de kleutersfeer! Niet Boniboniburger of zoiets. Nee!