Jano van Gool

In de Pers

Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer
Prettig verzinken in de herinneringen van Thomas Verbogt - Je zou bijna elk boek van Thomas Verbogt (1952) kunnen o... - Bo van Houwelingen in: De Volkskrant lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Klanken

De mondhygiëniste bij wie ik paar keer per jaar kwam, is ver weg aan een ander leven begonnen. Ze is vervangen door een man bij wie ik gisteren voor de tweede keer was, is een grote, vriendelijke mondhygiënist met een hygiënisch kaal hoofd, introvert, en een uitstekende muzikale smaak, wat je van zijn voorgangster niet kon zeggen. Maar zij had weer twee blauwe vogeltjes op de binnenkant van haar bovenarm laten tatoeëren. Daar keek je naar als ze met je bezig was. Je kon er ook een beetje bij weg dromen.
Was trouwens benieuwd hoe het ging. Het tandheelkundig centrum was immers pas weer twee dagen open. De werkers waren licht nerveus: “Daar ontsmet u uw handen. Daar ja. Niet aan zitten, gaat automatisch. Alleen uw handen eronder houden! En daarna neemt u daar plaats. Nee, daar!” Naar de wc gaan mocht niet, ja, na overleg met de balie. In dat overleg heb je niet meteen zin.
We leven in het Tussennormaal en moeten allemaal onze weg nog vinden.
Van de mondhygiëniste met de blauwe vogeltjes kreeg ik altijd op mijn donder. Ik had mijn mond net wijd open gezet en dan begon het. Haar voorgangster kon er trouwens ook wat van, nog feller: “Wát hadden we afgesproken.” Die vraag kon je vanwege je wijd open mond niet beantwoorden, terwijl je het antwoord wel wist. Je liet wat klanken horen en dan zei ze: “Ja, dat dacht ik ook.”
Eerlijk gezegd had het ook iets prettigs. Je wist waar je aan toe was en daar kun je vaak naar verlangen.
De lange mondhygiënist zegt nauwelijks iets. Terwijl hij met van alles in de weer is, luisteren we naar muziek. Pas als we afscheid nemen, komt het: “Iets vaker de tandenstoker gebruiken.” Ik knik, hij ook, minzaam: “Daar hadden we het al eens over gehad.”