Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Kleintje

“Waar zit je toch met je gedachten?” Die vraag werd me als kind al vaak gesteld. Nog steeds. Heb nooit een antwoord, want gedachten kunnen ineens met me op de loop gaan en waar ze dan weer stilstaan, weet ik niet meteen, ik moet me even oriënteren. 
Detail in mijn omgeving, gebaar van een voorbijganger, kleur van het licht in de hemel, kan van alles zijn en hup daar gaan mijn gedachten en ze nemen mij mee. Is niet erg, soms lastig: “Ben je er wel helemaal bij, Thomas?” Af en toe wordt het twee keer achter elkaar gezegd. Eerste keer heb ik het al gehoord, maar ik moet van ver komen. Ik antwoord: “Sorry, ik zat even aan iets te denken.” Rare woorden, want je denkt altijd wel aan iets.
Ik geloof dat ik het zelf niet altijd in de gaten heb, ja, als het te laat is. Gisteren in de supermarkt bijvoorbeeld. Ik pak een doosje (`schaal’) champignons van het schap en pas als ik me weer omdraai om verder te gaan met mijn inkopen, besef ik dat ik het over het pakken van dat doosje (`schaal’) best lang heb gedaan. Komt door gedachten. Ik kijk in de lachende ogen van een mevrouw die geduldig op haar winkelwagentje leunt. Ik stond dus in de weg en zeg: “Sorry, ik stond aan iets te denken.” Of je dat aan een wildvreemde moet bekennen, geen idee.
De vrouw zegt: “Geeft niets, hoor. U was even in uw eigen bubbeltje.”
Zoiets is nog nooit tegen me gezegd. Ik hoor er weleens over, dat mensen een bubbel hebben, maar besteed er nooit aandacht aan, ook omdat het woord in die betekenis me tegenstaat. Maar ik heb er dus ook een, geen grote bubbel, maar een kleintje. Het is net alsof er iets aan me is toegevoegd. Moet er vast nog aan wennen, maar zeg wel “Dank u” tegen vrouw met de lachende ogen.