Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Klokken

Bij mij in de straat werd maar voor twee voordeuren het Wilhelmus gezongen. Ik prevelde zo onzichtbaar mogelijk mee, dus niet omdat ik tegen het Wilhelmus ben, maar wel tegen mezelf als zingend persoon. Vind ik een onaangenaam tafereel. Vanuit de buurt waaiden wat stemmen over, maar nee, echt fanatiek kon ik het niet noemen. Er was echter geen tijd dat te betreuren, want de koning was al aan zijn toespraak begonnen. Hij en zijn gezin hadden een prettige informele uitstraling. De papieren van de speech ook, net nog uit een blocnote gescheurd. Fijn dat de oudste en jongste dochter zo nu en dan trots knikten: vader zei het goed. De middelste was dromerig met heel andere zaken bezig, zoals bijna altijd, en dat staat haar goed. Mijn moeder zou gezegd hebben: krijgen ze nog heel wat mee te stellen.
Het mooiste van de ochtend waren echter de klokken. Was me ontgaan dat er was afgesproken dat die om kwart voor 10 geluid zouden worden. Ik zat vaag ondergedompeld in de stilte, keek zo nu en dan dromerig naar de blauwe lucht en ineens waren er die klokken. Het verbaasde mezelf ook een beetje, maar ik was ontroerd. Door de gedachte: overal in Nederland zijn ze nu te horen. Door de herinneringen aan zondagen uit mijn kindertijd in een kalme en optimistische wereld. De klokken hoorden bij de blauwe lucht en eindeloze hemel en de mensen die elkaar vrolijk groetten op straat. Ik zeg nooit dat ik mijn leven zou willen overdoen, maar gisteren was die gedachte er even, een paar seconden, als een lentebries: alles begint opnieuw, op een ochtend die ingetogen stil is, met zo’n blauwe lucht en plotseling jubelende klokken die iets vieren wat zich nauwelijks benoemen laat. Já, knikte ik.