Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Klussen

Als je niet héél veel geld hebt, wordt het steeds moeilijker een huis te kopen. In Nederland. In Italië niet. Op mijn bureau ligt een papier waarop staat dat er een kleine stad is, Pratola Peligna in de Apennijnen, waar een huis 1 euro kost. Heb niet veel verstand van geld, maar lijkt me niet veel. Hoe kan dat? Nou, dat stadje loopt leeg en het gemeentebestuur betreurt dat. Vandaar deze maatregel. Puntje is wel dat die huizen allemaal opgeknapt moeten worden. Als je die euro hebt betaald, moet je binnen een maand of zes een idee hebben hoe je dat denkt te doen, anders krijg je een boete. 
Jaar of twintig geleden kende ik nogal wat mensen die `een huisje in Frankrijk’ hadden. Ze zijn beetje uit mijn leven verdwenen, snap niet precies hoe dat kan, maar toen interesseerden me die huisjes. In de zomervakantie ging ik weleens kijken. Die huisjes werden nooit huizen genoemd, nee, het moest klein blijven. Als je het huisje zag, begreep je waarom. Het was nog geen huisje, laat staan een huis, maar vooral een ruïne. De nieuwe eigenaren hadden er een afgekeurde caravan naast gezet en daarin woonden ze. In de vakanties dus. Ze knapten de boel zelf op en als je vroeg hoe ze dat vonden, zeiden ze: “Héérlijk.” Vaak was het een proces dat langer dan een jaar of tien duurde. Héérlijk.
Ik begrijp nu hoe die huisjes heten: kluswoningen. Klussen is een breed begrip. Wannéér ben je met wát tevreden? Vannacht lag ik eraan te denken. Het stadje ligt in een vallei die door iedereen schilderachtig wordt genoemd. Je kunt er ook enorm skiën. Dat kan ik niet, maar het gaat me om het idee. Ik stel me voor dat mijn intimi zeggen: “Nee, hij is er niet. Ja, weer in de Apennijnen.” 
Sapperdeflap.