Jano van Gool

In de Pers

Montere Weemoed II, met Thomas Verbogt & Beatrice van der Poel - Gezien op 2 maart 2022, OBA Theaterzaal, Amsterdam  ... - Kester Freriks in: Theaterkrant lees meer
The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Landwijn

Al levenslang hecht ik eraan op maandagochtend vroeg uit de veren te zijn: dan is dag maar begonnen. Soms geef ik me een opdracht, bijvoorbeeld: zorg ervoor dat je binnen vijf minuten zin krijg in de nieuwe week. Nu krijg ik dat meestal wel zonder die opdracht, maar ik vind het aangenaam meteen op volle kracht aan het werk te gaan met het dagelijks leven. 
Gisterochtend las ik triomfantelijk de derde pagina van deze krant. Daarop staat in grote letters: Plots is het raak met corona op Franse campings. Woorden die ik twee keer lees, de tweede keer zacht hardop. Misschien is het niet aardig van me, maar ik kom in de ban van grote opluchting, omdat ik niet op een Franse camping ben. Die opluchting nadert een kookpunt als ik in het artikel terechtkom bij Yves Hannard, de Nederlandse eigenaar van naturistencamping Le Colombier in de Vendée. Die zegt: “Ze doen minder mee aan groepsactiviteiten, zitten meer bij hun eigen tent.”
Ja, het is een geluksgevoel dat ik niet kan omschrijven, dat ik niet bloot voor mijn tent in de Vendée zit, met een sudokuboekje en een fles landwijn. Ik zie de eigenaar in gesprek met de leider van de groepsactiviteiten. Ze wijzen verwijtend naar mij, monsieur Verbogt die zich aan die groepsactiviteiten onttrekt. De leider beent bars mijn richting uit: “Wat zitten we hier precies te doen, monsieur Verbogt?” Mijn sudokuboekje kan ik niet snel in mijn zak steken, want ik heb geen broek aan. Ik doe maar of ik de groepsleider niet goed versta.
Hier stop ik met mijn gedachten over de camping, want ik bén daar niet, ik zit aan de keukentafel de krant te lezen. Ineens is het enorm vakantie. Graag zou ik mijn vrienden een ansichtkaart van dit moment sturen.