Jano van Gool

In de Pers

lekker tobben met de tragikomedie van Thomas Verbogt - Binnen één alinea van lachen naar huilen: lekker tobben met de tragikomedie van Thomas Verbogt ★★★★★ ... - Katinka Polderman in: De Volkskrant lees meer
Vogel, met Bram van der Vlugt - Vijfentachtig is Bram van der Vlugt, bijna dan, maar zijn hoofd weigert dat feest te vieren. Liever leert het nog lange teksten.... - DICK VAN TEYLINGEN, theaterkrant in: Theaterkrant lees meer
Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Los

`Zullen we een bubbeltje doen? Dat staat zo feestelijk.’ Gisteren zei iemand dat tegen me en ik begrijp wat er wordt gezegd, maar kan helaas niet vragen gewoon normaal te praten. Kan best zijn dat dit de woorden zijn die we voor zoiets paraat hebben: `Zullen we een bubbeltje doen? Dat staat zo feestelijk.’ Ja, ik schrijf ze nog een keer op om er goed naar te kijken, want ik wil me niet aanstellen.
Laatst had ik met iemand een dingetje en – stop, nu doe ik zelf mee met dat `dingetje’. Er moest iets uitgepraat worden, een klein probleem dat een conflict zou kunnen worden, geen groot conflict, maar toch. Geen dingetje. Handig het er even over te hebben. Dat stel ik voor. De ander: `Morgen koffietje doen?’ Ik knik en voel de lichte aandrang te schreeuwen dat ik geen koffietjes doe, maar ja, dan steekt misschien een nieuw conflict de kop op.  
Sinds wanneer praten we zo? En waarom? Willen we alles graag zo kinderlijk en klein mogelijk houden? Moet alles alsjeblieft onbelangrijk klinken? Of is het alleen maar rare tederheid?
Ik doe zelfs soms ook mee. In een restaurant vraag ik rustig om water met bubbels. Het is eruit voordat ik er erg in heb. Het is zelfs zo gewoon dat ik het niet kan maken over het gewenste water te zeggen dat ik water met koolzuur bedoel. Bubbels klinkt gezellig en los, alsof we het liefst levenslang in de kindercrèche hadden willen blijven. Ben ik een te ernstig mens? Geloof het niet, maar ik zet liever een handtekening onder een belangrijk document dan een krabbeltje (`Wilt u een krabbeltje zetten, ja, daar’).
Over bubbels gesproken. Pas stelde iemand vast: `Jij zit in jouw bubbel en ik in de mijne.’ Trok in mij een beklemmend gevoel van vergeefsheid omhoog.