Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Mededogen

De Deense dokter vindt het beter als ik een dag zo min mogelijk loop. Klein dingetje met mijn voet, niet ernstig, alleen lastig. Ik zeg dat ik naar Louisiana wil, een van mooiste musea ter wereld, in de buurt van Kopenhagen. Ik ben er al eens geweest en denk daar graag aan terug. De Deense dokter juicht mijn voornemen toe en zegt dat er bij de kassa rolstoelen staan. Ze is blonder dan de zon, heeft oranje gymschoenen aan en legt een hand op mijn onderarm: “Is maar voor een dag.”
Nieuw voor me, een rolstoel. In het museum heerst grote drukte. Buiten het fascinerende gebouw is ook veel te doen, maar het regent tropisch, daarom loopt iedereen binnen rond, alle kanten uit, want er is overal veel wonderlijks te zien. Ik ben de enige in een rolstoel. Nuttig eens mee te maken dat je in belangrijke mate afhankelijk bent van de welwillendheid van anderen. Mensen moeten anders voor je opzij dan wanneer je loopt, maar ik word vriendelijk bejegend, zelfs vriendelijker dan ik gewend ben. Ouders trekken kinderen opzij en die kinderen bezien me geschrokken, maar ook met zacht mededogen. Vanwege het museum heb ik een stralend humeur, maar misschien stom, het lijkt me beter als ik niet al te vrolijk in de rolstoel zit. Bovendien heb ik ook de neiging net te doen alsof mijn positie niet uitzonderlijk is, wat om denkwerk en behendigheid vraagt. Met ontzag denk ik aan mensen voor wie dit een normale gang van zaken is. Uiteraard onderdruk ik de neiging snel een stukje te lopen, bijvoorbeeld door een zaal waarin niets hangt wat me interesseert. Dat ziet eruit alsof ik wonderbaarlijk ben genezen.
Wanneer ik het museum na een paar uur verlaat, maak ik me moeilijk kijkend haastig uit de voeten.