Jano van Gool

In de Pers

Montere Weemoed II, met Thomas Verbogt & Beatrice van der Poel - Gezien op 2 maart 2022, OBA Theaterzaal, Amsterdam  ... - Kester Freriks in: Theaterkrant lees meer
The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Meisje

In mijn kindertijd hielden mijn ouders de boeken over de oorlog een beetje bij me weg. Ik schrijf `een beetje’, want ik zag ze natuurlijk wel staan, hoog in de boekenkast. Ik heb het nu over de tweede helft van de jaren vijftig.
Later vroeg ik hun waarom ze dat deden. Ze zeiden dat het niet was om me onwetend te houden, maar omdat ze er soms moeilijk over konden praten. Het ging vooral over de foto’s, razzia’s, transporten, kampen. `Soms, nee vaak heb je ergens geen woorden voor, alleen maar woorden die niet zeggen wat ze moeten zeggen.’
Natuurlijk bladerde ik wél door die boeken, als ze niet thuis waren. Lezen kon ik nog maar matig en zeker geen boeken die niet voor mijn leeftijd waren, het waren inderdaad de foto’s. Die waren niet te geloven.
Mijn wereld was klein, vol liefde en veiligheid, in het kalme Nijmegen. De gebeurtenissen op de foto’s leken van ver te komen, uit een tijd die niets te maken had met de tijd van mijn kinderleven, maar ik wist ook dat het onzin was, helemaal niet ver weg en maar een paar jaar geleden. Dat besef veranderde mijn leven zonder dat ik kon zeggen hoe, zonder dat ik daarover kon praten.
Wanneer ik voor het eerst de foto van het meisje met de hoofddoek zag, weet ik niet, het meisje tussen de deuren van de wagon, de trein die op het punt stond naar Auschwitz te vertrekken. Moet toch ook ergens in die jaren zijn. Ik dacht over haar na. Wist ze wat ze te wachten stond? Waar keek ze naar, naar wie?
Nog steeds denk ik aan haar. Ik ken haar naam, Settela Steinbach. Later zijn er filmbeelden bij gevonden, uit Westerbork, 26 seconden. We zien haar even, haar eenzame verbijstering. We zien het sluiten van de deuren, de mensen die dat doen, de routine.