Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Melding

De kleine samenleving die ons autovrije straat aan het worden is, nu ruim twee maanden, volg ik gefascineerd. Kwesties die voorheen helmaal geen kwesties waren, worden dat wel. 
Dag of tien geleden had ik het hier al over het grofvuil dat midden in de straat lag, met twee matrassen als basis. Daar kwam, vanzelfsprekend leek het, steeds meer grofvuil bij. Paar bewoners legden contact met de gemeente, maar dat had geen effect. De gemeente stuurde wel brieven met: “Uw melding is afgesloten.” Dat betekende dat ze het daar dus wisten.
Dit bericht kwam een keer of drie. Ook stopte er vorige week een vuilniswagen van iets kleiner formaat. Sommigen van ons verlieten de woning om de inzittende ambtenaren op het grofvuil te wijzen. Had geen zin, want ze kwamen voor een melding in de straat om de hoek. Dus: “We willen best, maar kunnen er niet aan beginnen.”
Een van ons begreep dat de gemeente ook een probleem had met de paaltjes waarmee de gemeente de straat had afgesloten. Hoe kon de ophaalauto er dan in?
Zaterdagochtend was het grofvuil in de nacht verplaatst. Het lag nu in mijn uitzicht. Jammer! Halverwege de ochtend arriveerde er weer zo’n niet al te grote vuilniswagen. Er kwam een man uit die streng zoekend door de straat begon te lopen. Ik dacht: die komt voor het grofvuil, maar dat ligt niet op de gemelde plek. Daarom ging ik naar hem toe. Hij kwam niet voor het grofvuil, maar voor de vuilnisbakken. In onze straat staan die niet. Fijne aanleiding over het grofvuil te beginnen, met veel grapjes natuurlijk. 
Na enig diep nadenken zei hij: “Het mag eigenlijk niet, maar voor deze ene keer dan.” 
Uitgeput van opluchting keken we hem na. Even wisten we niet wat we moesten doen.