Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Middagzon

Wanneer ik een woord voor het eerst uitspreek of opschrijf, merk ik dat sterk. Meestal is het een woord dat ik lelijk vind of waartegen ik om een andere reden verzet voel. Deze week was het: middagdip. Ik hóórde het me zeggen: “Ja, ik zat in een middagdip. Daarom deed ik een powernap.” Laatste woord is ook niet mis, maar ik heb het al zo vaak gehoord dat ik niet meer in de gaten heb of ik het zelf ook gebruik. Ik denk: liever niet.
Maar goed, ik was dus in een powernap verzeild geraakt toen de bel ging. Die kwam uit een uiterst verre verte. Dat is een probleem van mijn powernap: ik begin metéén te dromen, en niet  zo’n beetje ook. Ik heb heel goed begrepen dat een powernap niet langer dan een minuut of tien mag duren, daarom zet ik de wekker, maar na die tien minuten heb ik in mijn dromen zo veel meegemaakt dat ik mezelf even op orde moet brengen. 
Toen de bel ging, waren die tien minuten nog niet voorbij en terwijl ik naar de deur liep, was ik bevangen door twee belangrijke vragen: wie ben ik en wat doe ik hier? Voor de deur stond een vrolijke vrouw met fotoapparatuur: “Ik ben toch niet te vroeg?” En ik hoorde me zeggen: “Ja, ik zat in een middagdip. Daarom deed ik een powernap.” De vrouw knikte en zei: “Ik ken dat.” Die solidariteit luchtte me op. Ook nam ik me voor het niet al te vaak over een middagdip te hebben.
Wat ik doe als ik op het punt sta aan een powernap te beginnen, is een stoel bij het raam te zetten, in de lekkere middagzon. En dan denk ik aan mijn reïncarnatie. Ik wil graag als rode kater terugkeren en mijn nieuwe tijd vooral doorbrengen op vensterbanken in de zon. Maar ja, dan moet je eerst dood zijn. Geen topgedachte aan het begin van een middagdutje.