Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Mokkasaus

Vast zal ik ergens gelezen hebben waarom Black Friday zo heet, maar ik sloeg het niet op, uit desinteresse. Het heet een koopjesfestijn te zijn en koopjesfestijnen staan me tegen, omdat ik altijd meteen mensen voor me zie die elkaar met de paraplu op het hoofd slaan om zich zo snel mogelijk naar een schap vol koopjes te dringen. Lijkt een onzinnig beeld, is het niet. Ik heb het weleens gezien voor de ingang van De Bijenkorf bij het begin van de Drie Dwaze Dagen, ook een koopjesfestijn. 
Black Friday, het klinkt onheilspellend en misschien is het dat ook wel. Bijvoorbeeld als het hysterisch druk wordt op het koopjesfestijn. Maar nog zwarter kan de persconferentie van vanavond zijn.
Of is de dag zwart omdat minister Grapperhaus nieuwe wapens voor de politie gaat bestellen? Omdat het moet. Zal niet op een koopjesfestijn zijn. Het gaat om beanbags en schuimballen. Had er nog nooit van gehoord, maar ik begrijp dat het vormen van munitie zijn. Je kunt er niet iemand mee doden, maar wel hard raken.
Vind ik nu helemáál geen onheilspellend woord, schuimballen. Zou ook een feestelijk dessert kunnen zijn: “Ja, jongens en na krijgen jullie schuimballen met mokkasaus!”
Of snoep uit je vroege kinderjaren. Van je moeder een dubbeltje gekregen: “Mag je na school iets voor kopen in de snoepwinkel.” Dubbeltje brandt de hele middag in je zak. Het laatste kwartier van de schooldag leest de onderwijzer voor uit Pim Pandoer. Daar verheugde je je al op toen je opstond. En dan ook nog dat dubbeltje. Daar gaat de bel! Rennen naar de snoepwinkel. De mevrouw met de rode wangen en zingende lach doet drie schuimballen in een zakje. De namiddag is vol zacht licht. Zwarte dagen bestaan nog niet.