Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Natuur

In mijn werkkamer kijk ik uit op een binnenplaatsje waar niets gebeurt. Deze zin schreef ik al vaker op, maar dat doe ik graag. De hele dag raak ik in diverse gebeurtenissen verzeild, maar als ik achter mijn bureau zit, wil ik vooral dat de gebeurtenissen in mijn hoofd een rol spelen. Daarom is dat binnenplaatsje goed, het helpt mijn hoofd. Het binnenplaatsje is ommuurd en aan een kant met veel groen begroeid. Ergens in de hoogte van dat groen moet een merelnest zijn, want de afgelopen dagen zag ik moeder merel er vaak met eten in haar snavel heen vliegen. Waar ze vandaan komt, weet ik niet. Wel moet ze met dat eten even uitrusten op de leuning van een stoel voor mijn raam. We kijken elkaar aan, althans ik kijk haar aan. Of ze mij ziet achter mijn bureau, geen idee.
Soms is de logeerkater Fons in mijn werkkamer. Hij is al oud en loopt vanwege artrose moeilijk. Gisteren maakte hij een traag ommetje over het binnenplaatsje. Was even weg en toen ik terugkwam lag er een klein jong vogeltje naast mijn bureau. Het leefde niet meer. Fons zat er naast, trots en spinnend.
Zijn bazin zei aan de telefoon dat hij zoiets nóóit deed en het dode vogeltje waarschijnlijk een cadeau voor mij was.
Moeder merel vloog een groot deel van de avond roepend over het binnenplaatsje, soms met eten in haar snavel. Ze zocht tussen het groen. In het geluid dat ze haar maakte hoorde ik haar wanhopige verbijstering.
Het is de natuur, beweren de mensen die vaak `het is de natuur’ zeggen. Moet geruststellend klinken, maar dat doet het niet.
Ik zag haar zojuist, moeder merel, met een worm. Ze zal meer kinderen hebben. Even rustte ze uit op de stoelleuning en nu keek ze me wel aan. Ik deed alsof ik werkte.