Jano van Gool

In de Pers

lekker tobben met de tragikomedie van Thomas Verbogt - Binnen één alinea van lachen naar huilen: lekker tobben met de tragikomedie van Thomas Verbogt ★★★★★ ... - Katinka Polderman in: De Volkskrant lees meer
Vogel, met Bram van der Vlugt - Vijfentachtig is Bram van der Vlugt, bijna dan, maar zijn hoofd weigert dat feest te vieren. Liever leert het nog lange teksten.... - DICK VAN TEYLINGEN, theaterkrant in: Theaterkrant lees meer
Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Oefeningen

Op de fitnessclub ben ik meestal in de vroege ochtend, ook nu ik door een blessure één arm matig kan gebruiken. Er is echter nog genoeg lichaam over. Doe het niet van harte, maar heb er baat bij, al kan ik die baat moeilijk uitleggen. 
In de ochtenduren zijn het vooral leeftijdgenoten die ik om me heen zie. Ik kijk niet graag naar ze, maar wil mezelf ook liever niet bezig zien. Wel voel ik licht medelijden met coaches. Paar jaar fanatiek op de sportacademie gezeten en dan krijg je dit, mensen zoals ik, aan wie, zoals dat heet, weinig eer valt te behalen. 
Er is een fysiotherapeut aan de club verbonden en bij hem moet ik ook regelmatig zijn. Meestal combineer ik dat met mijn training, om mijn dynamiek zo maar eens te noemen. Gisteren kon dat alleen in de late middag. En nu deed ik mijn oefeningen niet te midden van leeftijdgenoten, nee, allemaal jonge mensen vol popelende energie. Ik paste mijn tempo automatisch wat aan, maar werd daarin tegelijkertijd ontmoedigd. Er zaten ook twee meisjes bij die dingen deden die ik voor onmogelijk hield. Ik kan die oefeningen ook niet beschrijven, zo snel gingen ze. 
Af en toe dronken ze in groepsverband snel een glaasje water. In dat halve minuutje spraken ze hartstochtelijk over wintersport. Iedereen was geweest. En maar lachen, ook dat nog. Ik voelde de neiging mezelf onzichtbaar op te heffen. 
Terwijl de fysiotherapeut me even later uit elkaar trok en weer rap in elkaar kneedde, had ik het bedremmeld over wat ik zojuist meemaakte. Hij zei dat het allemaal jonge advocaten waren van - hij noemde een groot kantoor in de buurt. 
“Allemaal wát?” vroeg ik. “Jonge advocaten,” zei de fysiotherapeut. Voelde me ineens nog ouder en héél ver weg.