Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Plofje

Als ergens rook uit komt, is waakzaamheid geboden. Uit apparaten, bedoel ik, behalve wanneer het moet, denk aan rookmachines in theater of concertzaal, maar daarover heb ik het dus niet. 
Als voorbeeld neem ik een elektrische grasmaaimachine. Thuis heb ik geen gras, rond het huis aan zee wel en dat maai ik, wat ik tot op zekere hoogte een rustgevende bezigheid vind. 
Ineens kwam er rook uit, rook met een raar geurtje. Uiteraard zette ik de machine uit. En ik deed iets wat ik vaker doe en maar niet afleer: ik ging me een paar minuten met iets anders bezighouden, een stapeltje maken van oude kranten, en daarna keerde ik weer terug naar de maaimachine. Ik gedroeg me luchtig alsof er niets aan de hand was, alsof er zich helemaal geen rookontwikkeling had voorgedaan, en zette het werktuig weer aan. Dat doe ik dus min of meer met ieder ding dat kapot gaat, al een jaar of vijftig. De machine stootte geen rook meer uit, maar liet wel een knarsig plofje horen. Einde verhaal, zeggen we dan.
Voor alles is `een mannetje’. Het mannetje voor diverse apparaten heeft zijn werkplaats in de garage bij zijn huis, geen grote ruimte die echter hélemaal vol kapotte apparatuur staat, een tafereel waarmee ik altijd moeite heb. 
Het mannetje vraagt wat ik met de machine gedaan heb. Ik zeg “Niks bijzonders”, maar vind het wel belangrijk te melden dat er rook uitkwam. Het mannetje sluit even de ogen en vraagt of ik morgen terugkom.
Dat doe ik en hij laat me een onderdeel zien waarnaar hij streng wijst: “Verbrand.” Vervolgens zegt hij: “Als er ergens rook uit komt, is er altijd iets mis.” Ik knik verrast. Hij herhaalt het drie keer in telkens andere woorden. Dan: “Twee tientjes.” Ik zeg: “Geen geld.”