Jano van Gool

In de Pers

Montere Weemoed II, met Thomas Verbogt & Beatrice van der Poel - Gezien op 2 maart 2022, OBA Theaterzaal, Amsterdam  ... - Kester Freriks in: Theaterkrant lees meer
The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Potje

Het is zeker dertig jaar geleden dat ik voor het laatst Monopoly speelde. Ik verloor, maar dat deed ik altijd, want ik ben niet goed in geld. Toch was het een spel dat me fascineerde, ook omdat er medespelers waren die zeiden: `Ik maak je dus kapot.’ Ook medespelers van wie je zo’n voornemen helemaal niet verwachtte. Omdat het `maar een spel’ was, vond je het ook niet erg dat iemand dat zei, sterker nog: je zou zelf ook best iemand kapot willen maken. Met kapot maken bedoel ik hier uiteraard een ander financieel uitkleden, naar een faillissement jagen. Vandaag wordt in Giethoorn gevierd dat het spel tachtig jaar bestaat. Waarom Giethoorn? Nou, omdat Giethoorn er ook op staat. Naast Hong Kong en New York. Je kunt in Giethoorn investeren. Ik vind dat opmerkelijk. Blijkbaar hadden de producenten van het spel een stemming georganiseerd voor de internationale jubileumeditie. De inwoners van Giethoorn hebben zich sterk gemaakt. Vaag voel ik de behoefte de nieuwe uitgave van het spel aan te schaffen, maar het probleem is dat er in mijn omgeving niemand is die het wil spelen. Geen enkel spel trouwens. Daar hebben we geen tijd voor. En ook geen zin in, want we hebben in veel te veel andere dingen zin. Ja, in Monopoly moet je natuurlijk wel zin hebben, anders is het een kwelling. En het kost ook tijd. Ik herinner me dat we soms twee dagen over een potje deden, als het woord `potje’ hier op zijn plaats is. Dat kwam doordat we ook geld konden lénen. Officieel mag dat niet volgens de spelregels, maar wij deden het toch en dan was het einde zoek. Met verhitte hoofden speelden we door totdat we van een vader of moeder naar bed moesten en in de vroege ochtend gingen we verder. Meestal zat ik als eerste achter het bord en dacht: ik ga het allemaal anders doen. Ook al speel ik geen Monopoly meer, ik denk dat nog steeds vaak. Een krachtige gedachte zonder dat ik weet hoe te beginnen.