Jano van Gool

In de Pers

Montere Weemoed II, met Thomas Verbogt & Beatrice van der Poel - Gezien op 2 maart 2022, OBA Theaterzaal, Amsterdam  ... - Kester Freriks in: Theaterkrant lees meer
The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Potje

Sommige dingen die je niets zeggen, kun je ineens terugzien en dan wil je er iets van denken, maar je weet niet wat. Bijvoorbeeld: Rubiks kubus. Iedereen zal het ding weleens gezien hebben. Eerst demonteren en daarna weer in elkaar zetten, kleur bij kleur. Kan de kubus niet eens uitleggen. Begin jaren tachtig had bijna iedereen er een. Kwam je ergens binnen en ja hoor, altijd zat er wel een persoon met die kubus te mieren, terwijl er iemand anders met jeukende vingers meekeek. `Hier, probeer maar,’ zeiden ze dan tegen mij. Er was een tijd dat ik altijd gezellig mee wilde doen, omdat ik dacht dat dat op numero uno van het lijstje Sociale Vaardigheden stond. Dansen, gourmetten, noem maar op, en dus ook met zo’n kubus in de weer zijn. Ik probeerde er aandachtig bij te kijken, maar daar hield het zo’n beetje mee op. Ik werd er zelfs vaag verdrietig van. Zinloze dingen kunnen grappig zijn, maar dat gaat niet voor alle zinloze dingen op. Eergisteren zag ik in het televisieprogramma Pauw de kubus ineens weer. Een jonge jongen zette die binnen vijf seconden in elkaar, een wereldrecord. Het was een bruggetje naar de kijkersvraag, want kijkers moeten natuurlijk strak bij het programma betrokken blijven. De kijkersvraag vroeg aan welk spelletje we altijd al een hekel hadden. Terwijl ik helemaal niet in de stemming ben voor zo’n vraag, ga ik er toch over nadenken en ondertussen raak ik kwijt wat Jeroen Pauw verder met zijn gasten bespreekt. Ja, welk spelletje? Niet die nare kubus, er was al veel eerder iets. En ineens voelde ik me in een saaie zondagmiddag wegzakken, voorwinterse regen, de wind die flarden vuilnis over de lege straat jaagt, en op tafel zag ik het staan, het spel Mens Erger Je Niet. Bij ons thuis werd het nooit gespeeld, wel bij familie. Altijd iemand die zei: `Hè, leuk!’ En die zei na afloop ook: `Nog een potje, jongens?’ O, die woorden: `Nog een potje, jongens.’