Jano van Gool

In de Pers

Montere Weemoed II, met Thomas Verbogt & Beatrice van der Poel - Gezien op 2 maart 2022, OBA Theaterzaal, Amsterdam  ... - Kester Freriks in: Theaterkrant lees meer
The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Puur

Als een man het over zichzelf heeft als `deze jongen’, ben ik een beetje op mijn hoede. Had ik een tijdje terug nog niet, is iets van de laatste jaren. `Deze jongen’ is niet zo erg als `ondergetekende’, maar het komt in de buurt. Een vrouw hoor ik het nooit over `dit meisje’ hebben: “En dan gaat dit meisje eens een hele avond niets doen.” Raar, maar ik zou er trouwens minder last van hebben. Of last, nou ja, lást is een wat te groot woord. Wat ik al zei: ik voel lichte waakzaamheid.
Gisteravond bracht ik een bij mij bezorgd pakje naar een overbuurman voor wie het bestemd was. Hij was in de gang met koffers in de weer en zei dat hij `zo ging rijden’. Hij voegde eraan toe: “Dan zit deze jongen morgenmiddag lekker in de zon.” Hij noemde de naam van een Spaanse badplaats. Ik wist niet goed wat ik moest zeggen, vond het nogal een onderneming, de ANWB zegt altijd dat je genoeg rust moet nemen, maar ik keek vooral naar zijn kleding, een soort zwembroek, geruit, en een iets te krap T-shirt met zonnetjes erop. Nieuwe gymschoenen. Hij kon zo vanuit de auto het strand op.
“En dan gaat deze jongen drie weken puur genieten.” Weer deze jongen. 
Ik gunde hem die drie weken van harte, want ik gun iedereen het allerbeste. In de keuken zag ik zijn twee dochters zitten, van 15 en 13. Ze keken vals naar vader en de koffers. En ik dacht: ik weet het zo net nog niet of deze jongen drie weken puur gaat genieten.” Nu kwam zijn vrouw van boven. Ze had geen kleuterkleding aan. Ze zei: “Toch vind ik het onverstandig aan één stuk door te rijden.” 
Ik zag aan de overbuurman dat het voornemen puur te gaan genieten iets aan kracht inboette. Ik vind dat je áltijd moet uitkijken met genieten als zekerheid.