Jano van Gool

In de Pers

Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer
Prettig verzinken in de herinneringen van Thomas Verbogt - Je zou bijna elk boek van Thomas Verbogt (1952) kunnen o... - Bo van Houwelingen in: De Volkskrant lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Raam

Dadelijk moet ik op kraamvisite. Gá ik op kraamvisite, niks moeten. Toch is het een beetje zo. Zit al in het stijve woord visite verpakt. Ik ben er niet goed in. In principe vind ik alles eraan feestelijk, het nieuwe kind dat nog van niets weet, de stralende ouders, de aangename drukte eromheen. Maar toch. Wat maar toch? 
Door de jaren heen heb ik leren leven met een zekere sociale onhandigheid. Soms heb ik er helemaal geen last van, maar daar moet ik me van tevoren dan behoorlijk op concentreren, wat vooral een kwestie is van het overboord van allerlei vragende gedachten. Wat ik vooral niet moet doen, is van een afstandje naar mezelf kijken. Dat kan ik. Daarom dans ik bijvoorbeeld haast nooit. 
Tijdens een kraamvisie zie en hoor ik mezelf onstuitbaar in de weer. Ik ben een waterval van vertedering, mijn gezicht valt bijna uit elkaar van nieuwe rimpels en ik grijns dierlijk. Ook kan ik niet ophouden met praten, bijvoorbeeld over hoe het over achttien jaar met het pasgeboren kind zal zijn, over de wereld waarin het zijn weg moet zoeken en natuurlijk ook een keer of vijf vragen op wie het lijkt, terwijl ik dat zelf ook wel zou kunnen zien. Ik heb ook weleens gezegd dat de zuigeling sprekend op de vader leek, terwijl de vader de vader helemaal niet was. Ondertussen spatten de muisjes op mijn beschuit alle kanten op.
Liever kom ik wat later in het leven van de baby.
Kraamvisite heet nu raamvisite (!), lees ik. Je staat voor of achter het huis voor het raam en moeder en kind aan de andere kant. Je kunt daar niet te lang blijven, want achter je is een rij blije belangstellenden, met telkens anderhalve meter ertussen. Je staat krampachtig te zwaaien met nerveus bewegende vingers.