Jano van Gool

In de Pers

Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer
Wat is precies de bedoeling? - Van tijd tot tijd vraagt iemand wie de opvolger is van Carmiggelt. De vraag is even onzinnig als begrijpelijk.... -  in: Boekensalon lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Ranja

Misschien was het al bekend, maar ik kende het woord niet: geheugenkoor. Zo’n koor bestaat uit dementerende ouderen die liedjes uit hun jeugd zingen. Ik heb me er even in verdiept, het heeft geen therapeutisch doel, of toch: het is ontspannend, mensen beleven er plezier aan. Soms fijner dan de bingo. 
Het woord kende ik dus niet, maar ik wist wel wat het was, een geheugenkoor. Of feestjes ontstaat er ineens een. Of tijdens het natafelen. De regen raast tegen de ramen, iemand steekt de wijsvinger omhoog en begint aan `Ritme van de regen’. Iedereen weet dat het van Rob de Nijs is. (Toen zong hij nog liedjes, al gauw noemde hij het `stukken’, wat ik altijd een beetje pretentieus vond, want wat is er tegen liedje, een mooi, dansend woord.) We zingen allemaal het refrein van `Ritme van de regen’, Het is uit het Anneke Grönloh-tijdperk. En ja, hoor daar gaan we weer: “Als we samen bruiloft vieren, Cimeroni, Cimeroni!” Weer alleen het refrein, de coupletten kunnen we alleen maar neuriën. Dan komt er de vraag of Rob de Nijs ook dat lied zong van `ze dronk ranja met een rietje’. Nee zeg! Dat was Johnny Lion, het lied `Sophietje’. Klinkt veel zomerser dan `Ritme van de regen’. Van `Sophietje’ kennen we ook de tekst van de coupletten, misschien omdat het in 1965 zo’n beetje de hele dag op de radio te horen was. Of was het 1966? Maak niet uit, het liedje hoort bij zomerse dagen en als we het dan met ons allen zitten te zingen, een geheugenkoor in 2018, denken we vast dat er toen veel meer zomerse dagen waren dan nu, wat zeker na afgelopen zomer natuurlijk helemaal niet waar is. En toch is het wél waar. In ieder geval dagen met meer licht waarin onze vrolijkheid goed te zien was.