Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Ranja

Als ik te vroeg wakker word, de nacht is niet eens voorbij, ligt de papieren krant nog niet op de deurmat. Snap ik. Gelukkig kan ik ook kranten op mijn tablet lezen en in bed heeft dat iets makkelijks. 
In het rijtje van grote genoegens staat: iets in de krant lezen waarvan je vrolijk wordt, en daarna nog even in lichte slaap vallen. Uurtje later word je opnieuw wakker en zit dat vrolijke bericht nog steeds in je hoofd. Dan fluitend de gordijnen openen en ook al zeurt de regen tegen de ramen, toch denk je: prachtige dag!
Van de kranten die ik lees, is deze er digitaal het vroegst. Gisterochtend, rond half vijf, bleef ik hangen bij een artikel waarboven stond: Waarom meezingen met de radio gezond is. Ik wilde alweer verder gaan met lezen, want ja, het was nog niet het tijdstip om te gaan zingen, hoewel het misschien een prima manier is om echt wakker te worden. Maar mijn ogen bleven haken bij het zinnetje “een mentaal dipje zal als sneeuw voor de zon verdwijnen”. Werd ik daar zojuist niet wakker van, van een mentaal dipje in een droom? 
Zing ik weleens mee? Nee. Mijn zingende stem is helaas een piepklein milieurampje. Tijdens het lezen van het artikel begon ik echter te vinden dat ik lak moest hebben aan mijn schaamte. Bovendien: niemand hoeft het toch te horen.
Ik haastte me naar mijn werkkamer en zappte langs nachtprogramma’s op de radio en ineens werd ik op mijn wenken bediend: “Ze dronk ranja met een rietje, mijn Sophietje.” In de krant las ik instructies: “Ga rechtop staan met je ene voet net iets voor de andere. Zet je voeten op heupbreedte. Zo sta je steviger.” En daar ging ik, onbekommerd hard. Daarom keek de krantenbezorger waarschijnlijk angstig naar binnen.