Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Reactie

Op de deur van een huis hier om de hoek hangt een briefje aan een stukje plakband. Er is een brievenbus, maar blijkbaar moet het briefje óp de deur. De bewoner moet het zien vóór het openen van de deur. Briefjes in het openbare leven kunnen me interesseren. Zijn niet voor mij bestemd, maar ja, openbaar leven is openbaar. Als ik in het winkelwagentje van de supermarkt een achtergebleven boodschappenlijstje zie liggen, kijk ik daar ook even naar. Lezen is een groot woord. Soms schiet een woord omhoog: gezinspudding bijvoorbeeld.
Met het briefje dat op de deur hangt is iets mis. De regen heeft het onleesbaar gemaakt. Zou me onrustig maken als het voor mij bestemd was. Misschien werd er iets van me verwacht, maar wat? Misschien is het een briefje waardoor mijn leven verandert.
Ik herinner me dat ik ooit een briefje op een deur hing waarop ik graag een reactie had gehad, en niet zo’n beetje graag. Die kwam niet. Daarvan was ik verdrietig in de war.
Bijna dertig jaar later kwam ik haar tegen, in Londen, op de zaterdagse rommelmarkt van Portobello Road. Er was iets fout gegaan in mijn rug, lopen kostte meer moeite dan anders. Ik stond bij een matje waarop een stuk of tien wandelstokken lagen en zocht er een die geschikt was voor mijn lengte, wat niet simpel was. Ineens stond ze naast me. Stamelende omhelzing. Gelukkig niet de vraag: “Wat doe jij hier?” Na een minuutje begon ik over dat briefje. Ze wist niet waarover ik het had, ze had het briefje niet gezien: “Waarom niet in de brievenbus?” Ik zei dat ik wilde dat ze het metéén zou lezen. Ze knikte langzaam: “Misschien weggewaaid.” Ze keek naar de wandelstok die ik probeerde, en zei: “Wat is het allemaal lang geleden.”