Jano van Gool

In de Pers

Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer
Wat is precies de bedoeling? - Van tijd tot tijd vraagt iemand wie de opvolger is van Carmiggelt. De vraag is even onzinnig als begrijpelijk.... -  in: Boekensalon lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Ruimte

Hoe vaak valt een mens van zijn fiets? Mijn overkwam het gisteren voor de tweede keer en tijdens de val, dacht ik aan de eerste keer, twintig jaar geleden. Toen was het in de nacht. Het slot van mijn fiets zat los en voegde zich tussen de spaken van het achterwiel. Ik vloog over het stuur en toen zette zich de val in. Die leek lang te duren. Dat weet ik zo zeker omdat ik me tijdens de val probeerde te herinneren wat ik als kind tijdens de judolessen had geleerd. Ik kwam helaas niet op straat terecht volgens de instructies van toen.
Mijn tweede val, gisteren, deed zich in de namiddag voor. Was mijn eigen schuld. Ik sloeg linksaf zonder dat ik met mijn hand een signaal had gegeven. Een erg snel rijdende scooter raakte me en daar ging ik. Weer besefte ik dat de val behoorlijk wat lange seconden in beslag nam.
Als we gevallen zijn, kijken we meestal om ons heen om te zien of de val door anderen is waargenomen. Terwijl ik gisteren aan het vallen was, wist ik dat ik dat niet hoefde, want het was druk op straat. Ik zag ook waar ik terecht zou komen: midden in een groepje toeristen die allemaal een plattegrond stonden te bestuderen. Een van hen zag mij naderen en zette een stap terug om me de ruimte te geven. Ik heb nogal veel lichaam, dus die ruimte had ik nodig.
Ineens was de val afgelopen. De toeristen bleken Italianen en deden onmiddellijk opgewonden. Ik probeerde ontspannen te lachen, maar gaf wel te kennen graag overeind geholpen te worden. Dat deden ze aandachtig. Nu komt er iets raars: ik deed net alsof er NIETS aan de hand was, raapte mijn fiets op en vervolgde mijn weg. Pas om de hoek kon ik me nauwelijks meer bewegen. En nog steeds deed ik net alsof dat niet zo was.